Soms krijg je van die verzoekjes die je verplicht moet honoreren. Zo'n verzoek kreeg ik deze week mijn biologieleraar. Hij vroeg mij via mijn blog mijn kennissen te attenderen op deze webpagina, waar haarfijn wordt uitgelegd dat Darwin's evolutietheorie geen geloof is, maar wetenschap. Ondanks dat hij helaas de verkeerde voetbalclub steunt, heb ik toch besloten dit bericht te plaatsen.
Nou ken ik mijn publiek een beetje... en veel van mijn lezers zullen bij het zien van die website denken 'Dat is wel erg veel tekst....'. Om die mensen toch te bedienen, bij dezen:
Rond 12 februari valt er een folder bij u in de bus namens kerkelijke organisaties in Nederland. Deze folder staat vol met suggestieve formuleringen en feitelijke onjuistheden, om Nederlanders ervan te overtuigen dat de keuze tussen evolutie en schepping vooral een kwestie van geloven is. Deze webpagina (hier nogmaals de link) laat alle punten zien waarop de folder niet klopt en dat er wel degelijk een wetenschappelijke basis is voor de evolutietheorie.
Dat is in het kort de boodschap van de webpagina. Ik wil u overigens wel aanmoedigen om toch even een kijkje te nemen op de website, want deze is wel degelijk erg interessant. Om de actie kracht bij te zetten, zijn er ook stickers gemaakt (hier verkrijgbaar) met de tekst NEE creationisme, JA Darwin. Maar het plakken van deze stickers voorkomt helaas niet dat u de misleidende folder toch in de bus zal krijgen.
Ik hoop hiermee jullie aandacht even op het onderwerp te hebben gevestigd en bovendien mijn biologieleraar een plezier te hebben gedaan. Ik neem aan dat hijzelf mij wel een pleziertje terug wil doen, door onderstaande banner op zijn weblog te plaatsen! Tot zover deze eenmalige tussentijdse berichtgeving. Vrijdag weer gewone verhalen uit Parijs!
maandag 26 januari 2009
vrijdag 23 januari 2009
Over Wind en Regen
In de week dat Amerika zijn nieuwe Messias begroette, de week dat Wilders toch discriminerend bleek te zijn en de week dat er doden vielen in de crèche, in die week ging ik terug naar de stad waar de zon schijnt tussen de regen door en de Franse kaas nog altijd fromage français wordt genoemd, naar Parijs dus.
Er was niet zoveel veranderd in Parijs. Mijn kamer lag nog steeds op de 6e verdieping, de kerstversiering hing nog aan de bomen en Mona lachte lief als altijd. Toch was het anders dan voorheen, immers de Eiffeltoren wordt dagelijks 1 uur korter verlicht en er hingen nieuwe reclameposters in de metro. O ja, en het regende.
Erg schokkende veranderingen zijn dus achter wegen gebleven. Ik begon in ieder geval mijn oude leventje weer op te pakken. Boodschapjes doen, iedere dag weer koken (ik mis jou ook, mams), een wandelingetje door de stad, boekje lezen, het bekende liedje. Ook ikzelf was dus niet echt veranderd.
Toch heb ik deze week nog een paar verbazingen die ik jullie niet wil onthouden. Zo wenst iedereen hier elkaar nog een Gelukkig Nieuwjaar. Nou dacht ik altijd dat Driekoningen zo’n beetje de grens was, maar hier kom je er dus niet onderuit. Ik ben dus ook heel benieuwd of ik 2 februari als ik weer in de collegezaal zit, nog steeds ‘bonne année’ naar mijn hoofd geslingerd krijg. Wie weet.
Ook ben ik er vandaag achtergekomen dat Fransen bang zijn voor de wind. Tussen twee buien door had ik namelijk bedacht dat het leuk zijn het Park Buttes Chaumont te bezoeken. Dit park ligt aan de noordoostkant van Parijs en heeft een enorme rotspartij in het midden waar een grote brug naartoe loopt en bovenop een klein prieeltje staat. Een mooi park dus.
Goed, ik dus in de metro, daarna uitgestapt in de buurt van het park en even een rondje in de buurt gelopen. Het is overigens een treurige buurt, maar dat doet er nu even niet toe. Ik kom dus bij het park aan en dan blijken alle poorten gesloten te zijn! Achteraf lees ik op internet dat vandaag alle parken in Parijs gesloten waren wegens de hevige wind. De Fransen zijn niet zoveel gewend, zullen we maar zeggen.
Goh Jeroen, was dit nou het meest schokkende wat je deze week hebt meegemaakt? Uhm, nou… Ik heb deze week een paart dingen geregeld, zo ben ik nu zeker van de nieuwe kamer en kan ik er waarschijnlijk per 1 maart in. Ook heb ik mijn laatste punten opgehaald en heb ik wat verzekeringsdingen geregeld. Verder heb ik rustig aangedaan. Dus tja… Volgende week misschien een spannender verhaal.
Tot die tijd.... Bon week-end à tous!
Er was niet zoveel veranderd in Parijs. Mijn kamer lag nog steeds op de 6e verdieping, de kerstversiering hing nog aan de bomen en Mona lachte lief als altijd. Toch was het anders dan voorheen, immers de Eiffeltoren wordt dagelijks 1 uur korter verlicht en er hingen nieuwe reclameposters in de metro. O ja, en het regende.
Erg schokkende veranderingen zijn dus achter wegen gebleven. Ik begon in ieder geval mijn oude leventje weer op te pakken. Boodschapjes doen, iedere dag weer koken (ik mis jou ook, mams), een wandelingetje door de stad, boekje lezen, het bekende liedje. Ook ikzelf was dus niet echt veranderd.
Toch heb ik deze week nog een paar verbazingen die ik jullie niet wil onthouden. Zo wenst iedereen hier elkaar nog een Gelukkig Nieuwjaar. Nou dacht ik altijd dat Driekoningen zo’n beetje de grens was, maar hier kom je er dus niet onderuit. Ik ben dus ook heel benieuwd of ik 2 februari als ik weer in de collegezaal zit, nog steeds ‘bonne année’ naar mijn hoofd geslingerd krijg. Wie weet.
Ook ben ik er vandaag achtergekomen dat Fransen bang zijn voor de wind. Tussen twee buien door had ik namelijk bedacht dat het leuk zijn het Park Buttes Chaumont te bezoeken. Dit park ligt aan de noordoostkant van Parijs en heeft een enorme rotspartij in het midden waar een grote brug naartoe loopt en bovenop een klein prieeltje staat. Een mooi park dus.
Goed, ik dus in de metro, daarna uitgestapt in de buurt van het park en even een rondje in de buurt gelopen. Het is overigens een treurige buurt, maar dat doet er nu even niet toe. Ik kom dus bij het park aan en dan blijken alle poorten gesloten te zijn! Achteraf lees ik op internet dat vandaag alle parken in Parijs gesloten waren wegens de hevige wind. De Fransen zijn niet zoveel gewend, zullen we maar zeggen.
Goh Jeroen, was dit nou het meest schokkende wat je deze week hebt meegemaakt? Uhm, nou… Ik heb deze week een paart dingen geregeld, zo ben ik nu zeker van de nieuwe kamer en kan ik er waarschijnlijk per 1 maart in. Ook heb ik mijn laatste punten opgehaald en heb ik wat verzekeringsdingen geregeld. Verder heb ik rustig aangedaan. Dus tja… Volgende week misschien een spannender verhaal.
Tot die tijd.... Bon week-end à tous!
donderdag 8 januari 2009
Korte update
Ik had beloofd geen berichtjes te schrijven totdat ik in Frankrijk terug zou zijn. Helaas, ik ga me er niet aan houden. Soms is het gewoon even tijd om de geheugens op te frissen en de voortgang te melden. Hierbij een kleine update....
Allereerst natuurlijk de tentamens. U weet het nog? 9 tentamens, 6 vakken, 1 week.
Vandaag kreeg ik het goede nieuws, ik heb mijn semester gehaald. Ik heb voor 5 van de 6 vakken een voldoende gehaald en daarmee kan ik mijn ene onvoldoende compenseren. Ik heb dus gelukkig geen herkansingen!
Ten tweede de mogelijke nieuwe kamer. Het is ondertussen zo goed als zeker dat ik de kamer krijg. De precieze datum dat ik kan verhuizen is nog niet bekend en krijg ik eind januari te horen, als ik ook het huurcontract onderteken. Wordt vervolgd dus.
Tot slot (om het deze keer bij een kort berichtje te houden) wil ik nog even melden dat ik 19 januari weer naar Frankrijk vertrek. Nog dik 10 dagen dus om te genieten van erwtensoep, frikandellen, drop, satésaus en natuurlijk -als ik nog een gaatje kan vinden tussen het eten door- al die lieve mensen om mij heen!
Allereerst natuurlijk de tentamens. U weet het nog? 9 tentamens, 6 vakken, 1 week.
Vandaag kreeg ik het goede nieuws, ik heb mijn semester gehaald. Ik heb voor 5 van de 6 vakken een voldoende gehaald en daarmee kan ik mijn ene onvoldoende compenseren. Ik heb dus gelukkig geen herkansingen!
Ten tweede de mogelijke nieuwe kamer. Het is ondertussen zo goed als zeker dat ik de kamer krijg. De precieze datum dat ik kan verhuizen is nog niet bekend en krijg ik eind januari te horen, als ik ook het huurcontract onderteken. Wordt vervolgd dus.
Tot slot (om het deze keer bij een kort berichtje te houden) wil ik nog even melden dat ik 19 januari weer naar Frankrijk vertrek. Nog dik 10 dagen dus om te genieten van erwtensoep, frikandellen, drop, satésaus en natuurlijk -als ik nog een gaatje kan vinden tussen het eten door- al die lieve mensen om mij heen!
vrijdag 19 december 2008
Anoniempje
Mijn naam is Jeroen, hier in Frankrijk Jerôme en een enkele keer Jeroo-en, maar deze week mocht niemand dat weten. Ik schreef op ieder antwoordvel mijn naam, geboorteplaats, geboortedatum en handtekening (ja-ha, ik ben het echt) in de rechtbovenhoek. Daarna heb ik die hoek dubbelgevouwen en dichtgeplakt met de bijgeleverde plakrand.
Anoniem dus, zodat de docent die het nakijkt niet wordt beïnvloed door de naam die boven het tentamen staat. Pas later op het secretariaat worden de hoekjes opengemaakt en de cijfers aan de namen gekoppeld. Maar mijn anonimiteit is helaas verloren gegaan. Dat zit zo, ik moest de tentamens in het Frans maken. Moet ik nog verder uitleggen….?
Anoniem of niet, 9 tentamens heb ik deze week gemaakt en geloof het of niet, ik heb er een goed gevoel over. Ik heb geen enkel tentamen echt verknald, dat durf ik wel te zeggen. Feit is natuurlijk dat ik niet bekend ben met de Franse leraren, dus dat ik niet weet hoe streng ze zijn. En dat kan met mijn camping-frans nog wel eens vervelend zijn.
Toch vond ik het wel zwaar om in 1 week 9 tentamens te maken. Je bent de hele dag bezig en dan wil je ’s avonds nog de volgende dag voorbereiden. Nou had ik woensdagavond ook nog een stroomstoring, dus zat ik ‘gezellig’ bij kaarslicht mijn stof te herhalen. Als dat niet romantisch is…. Parijs wordt niet voor niks de Cité d’Amour genoemd, zullen we maar zeggen.
Hoe dan ook, gelukkig bestond 1 van de 9 tentamens deze week uit het vak Engels. Ik ging hier natuurlijk met het volste vertrouwen naartoe en niet alleen ik, vele Fransen met mij. Dat wil zeggen, ze hadden allemaal vertrouwen in mij. Dus kon ik in het midden van de collegezaal gaan zitten, zodat de twee rijen achter mij lekker met me mee konden schrijven.
Misschien moet ik toch nog eens terug naar het gym om mevrouw Bongaerts persoonlijk te vertellen dat het wel meevalt met mijn Engels. Tenminste, dat zeggen ze hier. Ik ben er in ieder geval blij mee, want dat betekent dat ik een goed punt voor Engels kan gebruiken om een minder goed punt ergens anders op te halen.
Maar de tentamens zitten er gelukkig op en de koffer is gepakt, want morgen vertrekt de trein naar Nederland. Ik ben dan in de lage landen voor de duur van drie weken. Misschien wat langer afhankelijk van mijn resultaten voor de tentamens en wat perikelen rond een nieuwe kamer. Jawel, ik ga uit de bezemkast komen, het moest er toch eens van komen….
Het is nog niet 100% zeker, maar waarschijnlijk ga ik twee deuren verder wonen op een kamer die ongeveer twee keer zo groot is als degene die ik nu bezet. Maar goed, u moet het nog even niet doorvertellen zolang het niet zeker is. De wekelijkse berichtgeving op dit blog wordt in ieder geval gestaakt tot het moment dat ik weer in Frankrijk ben. Tot die tijd hoop ik weer wat lezers in levende lijven te zien. Voor nu wens ik iedereen
Anoniem dus, zodat de docent die het nakijkt niet wordt beïnvloed door de naam die boven het tentamen staat. Pas later op het secretariaat worden de hoekjes opengemaakt en de cijfers aan de namen gekoppeld. Maar mijn anonimiteit is helaas verloren gegaan. Dat zit zo, ik moest de tentamens in het Frans maken. Moet ik nog verder uitleggen….?
Anoniem of niet, 9 tentamens heb ik deze week gemaakt en geloof het of niet, ik heb er een goed gevoel over. Ik heb geen enkel tentamen echt verknald, dat durf ik wel te zeggen. Feit is natuurlijk dat ik niet bekend ben met de Franse leraren, dus dat ik niet weet hoe streng ze zijn. En dat kan met mijn camping-frans nog wel eens vervelend zijn.
Toch vond ik het wel zwaar om in 1 week 9 tentamens te maken. Je bent de hele dag bezig en dan wil je ’s avonds nog de volgende dag voorbereiden. Nou had ik woensdagavond ook nog een stroomstoring, dus zat ik ‘gezellig’ bij kaarslicht mijn stof te herhalen. Als dat niet romantisch is…. Parijs wordt niet voor niks de Cité d’Amour genoemd, zullen we maar zeggen.
Hoe dan ook, gelukkig bestond 1 van de 9 tentamens deze week uit het vak Engels. Ik ging hier natuurlijk met het volste vertrouwen naartoe en niet alleen ik, vele Fransen met mij. Dat wil zeggen, ze hadden allemaal vertrouwen in mij. Dus kon ik in het midden van de collegezaal gaan zitten, zodat de twee rijen achter mij lekker met me mee konden schrijven.
Misschien moet ik toch nog eens terug naar het gym om mevrouw Bongaerts persoonlijk te vertellen dat het wel meevalt met mijn Engels. Tenminste, dat zeggen ze hier. Ik ben er in ieder geval blij mee, want dat betekent dat ik een goed punt voor Engels kan gebruiken om een minder goed punt ergens anders op te halen.
Maar de tentamens zitten er gelukkig op en de koffer is gepakt, want morgen vertrekt de trein naar Nederland. Ik ben dan in de lage landen voor de duur van drie weken. Misschien wat langer afhankelijk van mijn resultaten voor de tentamens en wat perikelen rond een nieuwe kamer. Jawel, ik ga uit de bezemkast komen, het moest er toch eens van komen….
Het is nog niet 100% zeker, maar waarschijnlijk ga ik twee deuren verder wonen op een kamer die ongeveer twee keer zo groot is als degene die ik nu bezet. Maar goed, u moet het nog even niet doorvertellen zolang het niet zeker is. De wekelijkse berichtgeving op dit blog wordt in ieder geval gestaakt tot het moment dat ik weer in Frankrijk ben. Tot die tijd hoop ik weer wat lezers in levende lijven te zien. Voor nu wens ik iedereen
Feestelijke Kerstdagen
en een weergaloos 2009
en een weergaloos 2009
vrijdag 12 december 2008
Leerperikelen
Ik zal het kort houden deze week. Volgende week staan er op mij 9 tentamens in 5 dagen te wachten. Dus dat betekende voor mij deze week heel veel met de neus in de boeken zitten. Opdrachten maken, samenvatten, proeftentamens doen en feitjes stampen. Dat was zo’n beetje wat ik deze week heb uitgevoerd. Ik kan het niet veel leuker maken, dat was het namelijk ook niet.
Daarom deze week even geen uitgebreid bericht uit de Franse hoofdstad. Volgende week vrijdag zal ik weer de tijd nemen voor een wat langer stukje. Vast en zeker dan ook een bericht over hoe de tentamens zijn gegaan. Voor nu.. Iedereen een goed weekend gewenst!
vrijdag 5 december 2008
Saint Nicolas
Om 12 uur vanmiddag was het klaar. De colleges van het eerste half jaar zaten erop. Om 12.01 ging er dan ook een vreemde golf door de collegezaal. Het besef dat de lessen erop zaten, maar tegelijkertijd het besef dat het harde werken nu pas begon. Er is nu één week de tijd om flink te leren om daarna in een week maar liefst 9 keer een tentamen maken.
Bovendien was het college het laatste dat we met zijn allen (dik 100 man) hebben gevolgd. Vanaf januari kiest iedereen een richting en zijn de groepen veel kleiner. Sommige mensen ga je dus minder zien en daardoor werd dat vreemde gevoel nog eens versterkt. Uit het niets kwam er een gitaar tevoorschijn. Twee mede studenten hadden een liedje over de master geschreven onder de passende titel ‘Nooit zonder mijn PCR’.
Voor de niet biologen onder ons, PCR is een techniek waarmee DNA vermenigvuldigd kan worden. Het was dan ook een nogal spottend nummer, waarbij allerlei dingen uit het afgelopen half jaar op de hak werden genomen. Lachend gingen we na afloop allemaal de zaal uit en wensten we elkaar veel succes met het leren. Nog 9 dagen te gaan….
Ik besloot na afloop van dit laatste college niet meteen met mijn neus in de boeken te gaan zitten, maar Sinterklaas te vieren op zijn Frans. U zult zeggen, wat is dat ‘Sinterklaas vieren op zijn Frans’? Mijn antwoord: Ik heb werkelijk geen flauw idee. Maar gelukkig kan ik goed improviseren...
Dus nam ik de metro naar het hartje van het 3e arrondissement en bracht een bezoek aan de Sinterklaas kerk. Dit is geen kerk voor lieden die ook na hun 10e levensjaar nog in Sinterklaas geloven, maar gewoon een katholieke kerk die gewijd is aan de heilige Sint Nicolaas. Ze noemen de kerk hier dan ook Saint-Nicolas-des-Champs (Sinterklaas van de Velden), naar de ‘Turkse’ heilige uit de 4e eeuw.
Mijn improvisatie bleek voldoende te zijn, want er hing een groot spandoek “Sinterklaasfeest van 4 tot en met 7 december”. De spanning gierde dan ook door mijn lijf toen ik de kerk binnenstapte. Zouden de pepernoten mij bij binnenkomst langs mijn oren vliegen? Zou ik misschien de Goedheiligman voor het eerst in 10 jaar weer eens de hand kunnen schudden? Ik stond te trillen op mijn benen.
Toen de deur achter mij dichtviel, kwam de anticlimax. Heiligschennis! Het eerste dat mij in het oog sprong, was een kerststal. Het mag toch alom bekend zijn dat kerst pas gevierd dient te worden, nadat de Sint het land heeft verlaten. Maar al snel zag ik in, dat vanuit Frans perspectief de Sint het land al had verlaten. Hij liep immers in Nederland rond.
Maar even verder kijken dus. Achter in de kerk bleek er een ‘braderie’ aan de gang te zijn. Braderie dient dan gelezen te worden als een chic woord voor rommelmarkt. En met alle respect voor alle ijverige vrijwilligers die de talloze spulletjes bij elkaar hadden gesleept, rommel was het. Kleren, spelletjes, video’s, boeken, servies, alles was te koop. Maar de pepernoten en speculaasjes waar ik naar op zoek was, waren natuurlijk nergens te vinden.
Tot mijn oog viel op een soort taai-taai koek in een chocolade-jasje. Om de kerk te steunen, heb ik deze dan maar gekocht. Bovendien was mijn maag ook niet ontevreden over mijn aankoop. Op ‘braderie’ leerde ik ook dat ik een dag te vroeg was. Het Sinterklaasfeest in de betekenis van kinderfeest zou zaterdagmiddag 6 december worden gevierd en ik viel helaas niet in de leeftijdscategorie die mee mocht doen.
Enigszins gedesillusioneerd ging ik dan ook weer naar huis. Eenmaal thuis besloot ik nog maar een beetje verder te improviseren. Bij het trekken van de lootjes trok ik verassend genoeg mezelf. Na lang nadenken, besloot ik hutspot voor mezelf te maken. Het werd toch wel de meest smakelijke surprise die ik in al die jaren heb gehad. En het gedicht, tja... dat moet ik u helaas verschuldigd blijven....
Bovendien was het college het laatste dat we met zijn allen (dik 100 man) hebben gevolgd. Vanaf januari kiest iedereen een richting en zijn de groepen veel kleiner. Sommige mensen ga je dus minder zien en daardoor werd dat vreemde gevoel nog eens versterkt. Uit het niets kwam er een gitaar tevoorschijn. Twee mede studenten hadden een liedje over de master geschreven onder de passende titel ‘Nooit zonder mijn PCR’.
Voor de niet biologen onder ons, PCR is een techniek waarmee DNA vermenigvuldigd kan worden. Het was dan ook een nogal spottend nummer, waarbij allerlei dingen uit het afgelopen half jaar op de hak werden genomen. Lachend gingen we na afloop allemaal de zaal uit en wensten we elkaar veel succes met het leren. Nog 9 dagen te gaan….
Ik besloot na afloop van dit laatste college niet meteen met mijn neus in de boeken te gaan zitten, maar Sinterklaas te vieren op zijn Frans. U zult zeggen, wat is dat ‘Sinterklaas vieren op zijn Frans’? Mijn antwoord: Ik heb werkelijk geen flauw idee. Maar gelukkig kan ik goed improviseren...
Dus nam ik de metro naar het hartje van het 3e arrondissement en bracht een bezoek aan de Sinterklaas kerk. Dit is geen kerk voor lieden die ook na hun 10e levensjaar nog in Sinterklaas geloven, maar gewoon een katholieke kerk die gewijd is aan de heilige Sint Nicolaas. Ze noemen de kerk hier dan ook Saint-Nicolas-des-Champs (Sinterklaas van de Velden), naar de ‘Turkse’ heilige uit de 4e eeuw.
Mijn improvisatie bleek voldoende te zijn, want er hing een groot spandoek “Sinterklaasfeest van 4 tot en met 7 december”. De spanning gierde dan ook door mijn lijf toen ik de kerk binnenstapte. Zouden de pepernoten mij bij binnenkomst langs mijn oren vliegen? Zou ik misschien de Goedheiligman voor het eerst in 10 jaar weer eens de hand kunnen schudden? Ik stond te trillen op mijn benen.
Toen de deur achter mij dichtviel, kwam de anticlimax. Heiligschennis! Het eerste dat mij in het oog sprong, was een kerststal. Het mag toch alom bekend zijn dat kerst pas gevierd dient te worden, nadat de Sint het land heeft verlaten. Maar al snel zag ik in, dat vanuit Frans perspectief de Sint het land al had verlaten. Hij liep immers in Nederland rond.
Maar even verder kijken dus. Achter in de kerk bleek er een ‘braderie’ aan de gang te zijn. Braderie dient dan gelezen te worden als een chic woord voor rommelmarkt. En met alle respect voor alle ijverige vrijwilligers die de talloze spulletjes bij elkaar hadden gesleept, rommel was het. Kleren, spelletjes, video’s, boeken, servies, alles was te koop. Maar de pepernoten en speculaasjes waar ik naar op zoek was, waren natuurlijk nergens te vinden.
Tot mijn oog viel op een soort taai-taai koek in een chocolade-jasje. Om de kerk te steunen, heb ik deze dan maar gekocht. Bovendien was mijn maag ook niet ontevreden over mijn aankoop. Op ‘braderie’ leerde ik ook dat ik een dag te vroeg was. Het Sinterklaasfeest in de betekenis van kinderfeest zou zaterdagmiddag 6 december worden gevierd en ik viel helaas niet in de leeftijdscategorie die mee mocht doen.
Enigszins gedesillusioneerd ging ik dan ook weer naar huis. Eenmaal thuis besloot ik nog maar een beetje verder te improviseren. Bij het trekken van de lootjes trok ik verassend genoeg mezelf. Na lang nadenken, besloot ik hutspot voor mezelf te maken. Het werd toch wel de meest smakelijke surprise die ik in al die jaren heb gehad. En het gedicht, tja... dat moet ik u helaas verschuldigd blijven....
Labels:
Braderie,
Parijs,
Saint Nicolas,
Sinterklaas,
Tentamen
vrijdag 28 november 2008
Ontmoeting met een Chinees
‘Waarom dragen Nederlanders van die houten schoenen?’
Ik schiet in de lach.
‘Klompen?’
Ik kijk naar mijn schoenen (die vies zijn overigens). Zou hij nou denken dat ik in Nederland op klompen loop? Maar even uitleggen dan dat ze bijna niet meer gedragen worden dan? Ik kan hem natuurlijk ook in de waan laten.
Ik glimlach nog eens en leg het hem dan toch maar uit.
“Je hebt toch ook zo’n bloem in Nederland?
“De Tulp?”
Hij kijkt me moeilijk aan.
“C’est Tulipe en français.” (basiskennis)
“Die hebben ze toch ergens op van die grote velden, heel mooi, waar iedereen komt kijken.”
“De Keukenhof!”, Ik schiet weer in de lach.
Ik moet hem toegeven dat ik nog nooit in de keukenhof ben geweest. “C’est pour les touristes!”
Maar hij is al bezig met de volgende vraag.
"Welke taal spreken ze in Nederland?"
"Nederlands"
"O." Een korte stilte volgt, daar had hij niet op gerekend. Zijn verbazing doet mij weer glimlachen.
“Hoe zeg je Bonjour in het Nederlands?"
“Goedendag” (ook basiskennis) “Maar meestal zeggen we gewoon hallo.”
“In het Chinees is het ‘Ni Hao’ ”
We krijgen gezelschap van een Chileen, dus ik zeg:
“Buenos Tardes” (Spaans kennis)
Hij lacht als teken van herkenning en antwoordt “Que Tal?”.
De Chinees kijkt verbaasd en vraagt welke talen ze in Chili spreken. Ze zijn sneller uitgepraat. De Chinees kent geen typisch Chileense dingen die gelijk zijn aan klompen en tulpen.
Wat bestaan er toch mooie beelden van Nederland in het buitenland. En het is wel eens leuk om te worden aangesproken op de klomp en de tulp. Is tenminste weer eens wat anders dan de basisonderwerpen van de Fransen:
“Jij rookt zeker ‘Marijuana’? “
“Nee”
“Tuurlijk, dat zeggen ze allemaal!”
Of
“Kom je uit Amsterdam?
“Nee, uit ‘Nimègue’. ”
“Nog nooit van gehoord.”
Of
“Is ‘Hollande’ hetzelfde als ‘Les Pays-Bas’ dan?”
“Ja, tenminste zo ongeveer, Holland is een regio van Nederland.”
“ Ohw. Ik dacht altijd dat dat twee verschillende landen waren.”
Ik ben ontheemd in het beeld dat hier bestaat van de Nederlander. Ik voldoe er totaal niet aan. Ze verwachten een blonde bos haar en helblauwe ogen. Iemand die veel bier drinkt (in plaats van de Franse wijn) en rookt.
Er is gelukkig wel één vooroordeel waar ik aan voldoe. Ik spreek goed Engels en dat doen alle Nederlanders volgens de Fransen. Dat ik jarenlang moeite heb gehad met Engels op de middelbare school, dat vertel ik ze maar niet. Bovendien zit ik hier in Frankrijk bij het vak 'Engels' in de beste werkgroep, dus ze merken het toch niet. (hun gemis aan basiskennis)
Ondertussen begint Parijs in kerstsferen te geraken, de lampjes branden door de hele stad. De Fransen zijn in afwachting van 'Père Noël' (jawel, de kerstman) en de lichtstad toont zich op zijn best. Binnenkort nog wat meer foto's. Voor nu: Bon week-end à tous!
vrijdag 21 november 2008
Geachte Meneer Calvé
Geachte Heer Calvé,
In Nederland is uw bedrijf uitgegroeid tot een van de bekendste merken van het land met als absoluut top product natuurlijk uw pindakaas. Welk kind is er nou niet groot geworden met een dikbesmeerde boterham met dit voedzame goedje? U zou zelfs kunnen zeggen dat de pindakaas behoord tot één van de hoogtepunten van de Nederlandse cultuur en dat uw product daardoor van een enorm belang is voor de Nederlandse identiteit.
Het is ondertussen dan ook natuurlijk een vast onderdeel van de inburgeringscursus voor nieuwe medelanders. Tussen het koekhappen en pepernotenbakken, mag een boterham pindakaas smeren natuurlijk niet ontbreken. Bovendien is het bij Amsterdammers natuurlijk alom bekend dat hun bekendste winkelstraat de Kalverstraat, eigenlijk een verbastering is van de Calvé-erstraat.
Kortom, uw product staat op voetstuk in Nederland. Nu ben ik afgelopen zomer naar Frankrijk verhuist. Iedere middag sta ik nu rond half één in een ellenlange rij voor de campuskantine tussen honderden andere studenten die ook hun maaltje komen halen. Het is met de Franse slag georganiseerd zodat je minstens een half uur staat te wachten. Het geheel loopt in een fuik naar de kassa toe, waardoor je opstopping krijgt waarbij ellebogen opeens van levensbelang zijn.
Maar dat is niet waarvoor ik u schrijf. Afgelopen vrijdag, werden mijn practicumweken afgesloten met een lunch. Iedere student had wat meegenomen. Nou heb ik tijdens deze lunch de Fransen kennis laten maken met een hoogtepunt van de Nederlandse keuken, echte Calvé pindakaas. Het is een gat in de Franse markt! En ik zag het al voor me, Fransen die hun baguettes met pindakaas besmeren onder de Eiffeltoren of een wandeling maken over “de Avenue de Calvé-Élysées”.
Helaas moet ik u echter afraden uw stokpaardje, de echte Calvé pindakaas, naar Frankrijk te gaan exporteren. De verwachte enthousiaste reactie op de stukje Nederlandse opvoeding bleef uit. Het grootste deel van de Fransen begon er niet eens aan (Ook de Franse boer eet niet wat hij niet kent....). Al waren er toch wel enkelen die nog aan een tweede boterham begonnen.
Het spijt me dat ik u dit slechte nieuws moet brengen, want ik ben met u eens dat die Fransen best wat meer pindakaas kunnen gebruiken. De gemiddelde Fransman is toch al snel een centimeter of 7 minder groot dan de gemiddelde Nederlander en deze groei achterstand is waarschijnlijk toch te wijten aan een gebrek aan pindakaas in hun jeugd.
Mocht u overigens binnenkort meneer Venz nog een keer tegekomen, wilt u hem dan namens mij overbrengen dat ook een Frans avontuur voor zijn hagelslag er niet inzit. Zelfs meer funny’s in de verpakkingen doen zal de Fransen niet overhalen. Nou moet ik toegeven dat het voor die Fransen ook wel erg moeilijk is om 'hagelslag' en 'pindakaas' uit hun strot te krijgen. Maar ja, om het nu Fromage d'Arachide te gaan noemen. Leg dat maar eens uit.
Ondanks deze tegenslag, wens ik u veel sterkte met de export van uw product. Misschien moet u zich toch maar richten op de Indonesische markt, daar schijnen ze met 'pinda’s' bekend te zijn.
Met vriendelijke groet,
Jeroen de Baaij
[21-11-2008 23:40]
Binnenkort weer een wat serieuzer verhaal over mijn leven in hier in Frankrijk. Ik heb het op het moment erg druk met practica en de bijbehorende verslagen (in het Frans). Ik heb het gevoel dat ik deze week nauwelijks mijn kamer heb gezien. Volgende week schijnt gelukkig weer wat rustiger te worden, maar eerst maar eens die verslagen afmaken! Ik wens jullie een leuker weekend...
In Nederland is uw bedrijf uitgegroeid tot een van de bekendste merken van het land met als absoluut top product natuurlijk uw pindakaas. Welk kind is er nou niet groot geworden met een dikbesmeerde boterham met dit voedzame goedje? U zou zelfs kunnen zeggen dat de pindakaas behoord tot één van de hoogtepunten van de Nederlandse cultuur en dat uw product daardoor van een enorm belang is voor de Nederlandse identiteit.
Het is ondertussen dan ook natuurlijk een vast onderdeel van de inburgeringscursus voor nieuwe medelanders. Tussen het koekhappen en pepernotenbakken, mag een boterham pindakaas smeren natuurlijk niet ontbreken. Bovendien is het bij Amsterdammers natuurlijk alom bekend dat hun bekendste winkelstraat de Kalverstraat, eigenlijk een verbastering is van de Calvé-erstraat.
Kortom, uw product staat op voetstuk in Nederland. Nu ben ik afgelopen zomer naar Frankrijk verhuist. Iedere middag sta ik nu rond half één in een ellenlange rij voor de campuskantine tussen honderden andere studenten die ook hun maaltje komen halen. Het is met de Franse slag georganiseerd zodat je minstens een half uur staat te wachten. Het geheel loopt in een fuik naar de kassa toe, waardoor je opstopping krijgt waarbij ellebogen opeens van levensbelang zijn.
Maar dat is niet waarvoor ik u schrijf. Afgelopen vrijdag, werden mijn practicumweken afgesloten met een lunch. Iedere student had wat meegenomen. Nou heb ik tijdens deze lunch de Fransen kennis laten maken met een hoogtepunt van de Nederlandse keuken, echte Calvé pindakaas. Het is een gat in de Franse markt! En ik zag het al voor me, Fransen die hun baguettes met pindakaas besmeren onder de Eiffeltoren of een wandeling maken over “de Avenue de Calvé-Élysées”.
Helaas moet ik u echter afraden uw stokpaardje, de echte Calvé pindakaas, naar Frankrijk te gaan exporteren. De verwachte enthousiaste reactie op de stukje Nederlandse opvoeding bleef uit. Het grootste deel van de Fransen begon er niet eens aan (Ook de Franse boer eet niet wat hij niet kent....). Al waren er toch wel enkelen die nog aan een tweede boterham begonnen.
Het spijt me dat ik u dit slechte nieuws moet brengen, want ik ben met u eens dat die Fransen best wat meer pindakaas kunnen gebruiken. De gemiddelde Fransman is toch al snel een centimeter of 7 minder groot dan de gemiddelde Nederlander en deze groei achterstand is waarschijnlijk toch te wijten aan een gebrek aan pindakaas in hun jeugd.
Mocht u overigens binnenkort meneer Venz nog een keer tegekomen, wilt u hem dan namens mij overbrengen dat ook een Frans avontuur voor zijn hagelslag er niet inzit. Zelfs meer funny’s in de verpakkingen doen zal de Fransen niet overhalen. Nou moet ik toegeven dat het voor die Fransen ook wel erg moeilijk is om 'hagelslag' en 'pindakaas' uit hun strot te krijgen. Maar ja, om het nu Fromage d'Arachide te gaan noemen. Leg dat maar eens uit.
Ondanks deze tegenslag, wens ik u veel sterkte met de export van uw product. Misschien moet u zich toch maar richten op de Indonesische markt, daar schijnen ze met 'pinda’s' bekend te zijn.
Met vriendelijke groet,
Jeroen de Baaij
[21-11-2008 23:40]
Binnenkort weer een wat serieuzer verhaal over mijn leven in hier in Frankrijk. Ik heb het op het moment erg druk met practica en de bijbehorende verslagen (in het Frans). Ik heb het gevoel dat ik deze week nauwelijks mijn kamer heb gezien. Volgende week schijnt gelukkig weer wat rustiger te worden, maar eerst maar eens die verslagen afmaken! Ik wens jullie een leuker weekend...
vrijdag 7 november 2008
Tussen Kunst & Kitsch
Voor mijn gevoel ben ik hier in Parijs nog maar net begonnen, maar niets is minder waar. Ik studeer hier alweer twee maanden en als beloning werd ik op een weekje vakantie getrakteerd. En dus had ik de afgelopen week de tijd om er weer eens op uit te trekken en wat dingen te gaan zien!
In 1900 werd ter ere van de wereldtentoonstelling in Parijs het Grand Palais gebouwd. In deze tentoonstellingsruimte hingen ook een paar werken van een jonge Spaanse schilder. Nu 108 jaar later is er een tentoonstelling van deze Spaanse schilder, waarbij zijn werken hangen naast de schilderijen die hem inspireerden. Ik ging een kijkje nemen, maar ik was niet de enige…
En zo stond ik in een eeuwigdurende rij tussen 3 Amerikaanse meisjes “Can you take a picture of us?” en een Duits echtpaar “Wer hat eigentlich den Eiffelturm konstruiert?”. Jawel, ik had een hele opwindende omgeving. Maar het is me gelukt om het gebouw binnen te komen en het is me zelfs gelukt om binnen af en toe een glimp van een Picasso op te vangen.
Toegegeven, ondanks de drukte was het een prachtige tentoonstelling. Het was de organisatie gelukt om topwerken uit de hele wereld in Parijs te kregen. Dus hingen de Picasso’s naast de Rembrandts, El Greco’s , Cézannes, Manets en anderen. Zo was bijvoorbeeld de naakte Maja van Goya uit het Prado naar Parijs gekomen. En dat is toch een beetje als het Melkmeisje van Vermeer uit het Rijksmuseum halen. Een absoluut topstuk.
Een paar dagen eerder was ik op de enige zonnige dag van deze week naar Versailles afgereisd. Niet alleen om weer eens door het paleis te lopen en de prachtige tuinen te bekijken. Er was ook een tentoonstelling van Jeff Koons. Zonder schaamte is zijn werk kitsch te noemen en dat levert dus een aardig contrast met de barokke zalen van het kasteel.
De tentoonstelling begon met een enorme paarse hond zoals we die allemaal kennen van clowns die van een ballon een hondje maken. Deze hond was geplaatst in een 17e eeuwse ontvangstzaal en zo ging het 25 zalen door. Ook hier was het weer verschrikkelijk druk. Opvallend overigens dat je bij dit soort grote tentoonstellingen nauwelijks Frans hoort. De Parisiens gaan zelf niet naar de tentoonstellingen toe. Al hebben ze allemaal gehoord dat ‘het erg mooi schijnt te zijn.’
Wat overigens ook niet erg meehelpt tegen de drukte, zijn al die belachelijke beveiligingsinstallaties van tegenwoordig. Ieder museum lijkt tegenwoordig wel een vliegveld. Je wordt van alle kanten helemaal gescand en gecontroleerd. Want stel je voor dat je een doosje punaises mee naar binnen smokkelt en die hond van Jeff Koons lek prikt.
Ook schijnt het deze week verplicht te zijn iets over Obama te schrijven, dus bij dezen. Heel Amerika, maar vooral heel Europa, is blij dat Obama gekozen is. De pers schreeuwt dat Amerika een verandering heeft beleefd. Ik wil er eigenlijk maar één ding over kwijt: Op dezelfde dag dat Amerika een zwarte man als president koos, stemde datzelfde Amerika tegen het homohuwelijk. En dan vraag ik me af, is Amerika nou werkelijk zo veranderd?
En zo is de week voorbij gevlogen. Maandag zit ik weer gewoon de hele dag in de collegezalen. Al is er dinsdag alweer een vrije dag. Op dinsdag herdenkt Frankrijk het einde van de eerste wereldoorlog, een vrede die overigens werd getekend in Versailles. Maar daarna moet ik gewoon weer iedere dag naar de universiteit tot eind december.
En dan voor in de agenda's... Op 20 december pak ik de trein naar Nederland. Ik ben dan tenminste 3 weken in Nederland om iedereen een gelukkig Nieuwjaar te wensen.
In 1900 werd ter ere van de wereldtentoonstelling in Parijs het Grand Palais gebouwd. In deze tentoonstellingsruimte hingen ook een paar werken van een jonge Spaanse schilder. Nu 108 jaar later is er een tentoonstelling van deze Spaanse schilder, waarbij zijn werken hangen naast de schilderijen die hem inspireerden. Ik ging een kijkje nemen, maar ik was niet de enige…
En zo stond ik in een eeuwigdurende rij tussen 3 Amerikaanse meisjes “Can you take a picture of us?” en een Duits echtpaar “Wer hat eigentlich den Eiffelturm konstruiert?”. Jawel, ik had een hele opwindende omgeving. Maar het is me gelukt om het gebouw binnen te komen en het is me zelfs gelukt om binnen af en toe een glimp van een Picasso op te vangen.
Toegegeven, ondanks de drukte was het een prachtige tentoonstelling. Het was de organisatie gelukt om topwerken uit de hele wereld in Parijs te kregen. Dus hingen de Picasso’s naast de Rembrandts, El Greco’s , Cézannes, Manets en anderen. Zo was bijvoorbeeld de naakte Maja van Goya uit het Prado naar Parijs gekomen. En dat is toch een beetje als het Melkmeisje van Vermeer uit het Rijksmuseum halen. Een absoluut topstuk.
Een paar dagen eerder was ik op de enige zonnige dag van deze week naar Versailles afgereisd. Niet alleen om weer eens door het paleis te lopen en de prachtige tuinen te bekijken. Er was ook een tentoonstelling van Jeff Koons. Zonder schaamte is zijn werk kitsch te noemen en dat levert dus een aardig contrast met de barokke zalen van het kasteel.
De tentoonstelling begon met een enorme paarse hond zoals we die allemaal kennen van clowns die van een ballon een hondje maken. Deze hond was geplaatst in een 17e eeuwse ontvangstzaal en zo ging het 25 zalen door. Ook hier was het weer verschrikkelijk druk. Opvallend overigens dat je bij dit soort grote tentoonstellingen nauwelijks Frans hoort. De Parisiens gaan zelf niet naar de tentoonstellingen toe. Al hebben ze allemaal gehoord dat ‘het erg mooi schijnt te zijn.’
Wat overigens ook niet erg meehelpt tegen de drukte, zijn al die belachelijke beveiligingsinstallaties van tegenwoordig. Ieder museum lijkt tegenwoordig wel een vliegveld. Je wordt van alle kanten helemaal gescand en gecontroleerd. Want stel je voor dat je een doosje punaises mee naar binnen smokkelt en die hond van Jeff Koons lek prikt.
Ook schijnt het deze week verplicht te zijn iets over Obama te schrijven, dus bij dezen. Heel Amerika, maar vooral heel Europa, is blij dat Obama gekozen is. De pers schreeuwt dat Amerika een verandering heeft beleefd. Ik wil er eigenlijk maar één ding over kwijt: Op dezelfde dag dat Amerika een zwarte man als president koos, stemde datzelfde Amerika tegen het homohuwelijk. En dan vraag ik me af, is Amerika nou werkelijk zo veranderd?
En zo is de week voorbij gevlogen. Maandag zit ik weer gewoon de hele dag in de collegezalen. Al is er dinsdag alweer een vrije dag. Op dinsdag herdenkt Frankrijk het einde van de eerste wereldoorlog, een vrede die overigens werd getekend in Versailles. Maar daarna moet ik gewoon weer iedere dag naar de universiteit tot eind december.
En dan voor in de agenda's... Op 20 december pak ik de trein naar Nederland. Ik ben dan tenminste 3 weken in Nederland om iedereen een gelukkig Nieuwjaar te wensen.
Labels:
Jeff Koons,
Obama,
Parijs,
Picasso,
Vakantie,
Versailles
vrijdag 31 oktober 2008
de Vreemdeling
Het is oktober 2007 en ik ga een week naar Parijs om te kijken hoe mijn universiteit eruit ziet en waar ik eventueel een kamer kan krijgen. Op de laatste dag van mijn verblijf, loop ik langs de Seine en neus tussen de kraampjes van de boekverkopers. Mijn oog valt op L'étranger van Albert Camus. Vanwege de toepasselijke titel (L'étranger = de Vreemdeling) besluit ik het boekje te kopen.
De aankoop van het boekje is een beetje melancholische daad, dat geef ik toe. De vreemdeling die een boekje koopt in een stad die niet de zijne is. Het boekje is in het Frans, een taal die niet de zijne is. Het boekje wordt pas gelezen als de stad en de taal hem minder vreemd zijn en daarmee wordt het boekje hem ook minder vreemd.
Tegelijkertijd is de aankoop van L'étranger de bevestiging van het plan. Het plan om te verhuizen naar Parijs, het plan om Frans te leren, het plan om hier te gaan studeren. Daarmee wordt het meteen een opdracht, een doel. De koop maakt duidelijk wat mij nog te doen stond en waar ik allemaal nog aan zou moeten werken.
En juist in deze tweede zin voldoet het volledig aan de existentialistische inhoud van het boek. Namelijk dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn vrijheid, voor zijn daden en voor zijn lot. Ieder mens bepaalt zelf de zin van zijn eigen leven en moet daarin het geluk vinden.
Nu, 1 jaar later, oktober 2008, pak ik het boekje uit de kast en lees het verhaal van Meursault. Geheel in het Frans, af en toe met behulp van een woordenboek, ga ik op in het verhaal van de man die als verdoofd door het leven lijkt te gaan. De man die door niks geraakt wordt en pas op de allerlaatste bladzijde ontdekt dat hij pas gelukkig wordt als hij het leven in zijn eigen hand neemt.
In het begin vond ik het boekniet zo bijzonder, maar ongeveer halverwege begint het me te grijpen. Iedere 10 pagina's wordt het verhaal intenser en de laatste pagina's raken me. Camus heeft gelijk en iedereen weet het. Maar toch is het soms zo moeilijk om te doen, om alles in eigen hand te nemen.
Toch heb ik het de afgelopen maand gedaan en met resultaat. Ik heb veel nieuwe leuke mensen leren kennen. Ik heb veel energie gestoken in het leren van het Frans. En langzamerhand begint het allemaal een beetje op zijn plaats te vallen. Ik kan de gesprekken allemaal wat beter volgen en daardoor meteen veel meer contacten maken op de universiteit en hier om mij heen.
En dan een bizar moment. Terwijl ik dit stukje zit te typen, klopt er iemand op mijn deur. Het is de zoon van de concierge. Iemand heeft de sleutel afgebroken in het slot van de buitendeur. Dus niemand kan van buiten het huis meer binnen komen.
Dan wil je eens een keer wat van je leven maken...
Kan je niet eens je eigen huis meer in of uit!
Ondertussen kan ik iedereen L'étranger van Camus aanraden. Het is niet dik en niet moeilijk geschreven. Ik zelf begin vanavond maar aan een nieuw boek, nu ik niet naar buiten kan. Al moet ik stiekem bekennen dat ik toch vanavond niet meer naar buiten wilde. Het is sinds een paar dagen koud in Parijs (de verwarming moest voor het eerst aan deze week) en il pleut des cordes (= het regent pijpenstelen). Morgen wordt het slot gerepareerd, tenminste dat zeggen ze....
De aankoop van het boekje is een beetje melancholische daad, dat geef ik toe. De vreemdeling die een boekje koopt in een stad die niet de zijne is. Het boekje is in het Frans, een taal die niet de zijne is. Het boekje wordt pas gelezen als de stad en de taal hem minder vreemd zijn en daarmee wordt het boekje hem ook minder vreemd.
Tegelijkertijd is de aankoop van L'étranger de bevestiging van het plan. Het plan om te verhuizen naar Parijs, het plan om Frans te leren, het plan om hier te gaan studeren. Daarmee wordt het meteen een opdracht, een doel. De koop maakt duidelijk wat mij nog te doen stond en waar ik allemaal nog aan zou moeten werken.
En juist in deze tweede zin voldoet het volledig aan de existentialistische inhoud van het boek. Namelijk dat de mens zelf verantwoordelijk is voor zijn vrijheid, voor zijn daden en voor zijn lot. Ieder mens bepaalt zelf de zin van zijn eigen leven en moet daarin het geluk vinden.
Nu, 1 jaar later, oktober 2008, pak ik het boekje uit de kast en lees het verhaal van Meursault. Geheel in het Frans, af en toe met behulp van een woordenboek, ga ik op in het verhaal van de man die als verdoofd door het leven lijkt te gaan. De man die door niks geraakt wordt en pas op de allerlaatste bladzijde ontdekt dat hij pas gelukkig wordt als hij het leven in zijn eigen hand neemt.
In het begin vond ik het boekniet zo bijzonder, maar ongeveer halverwege begint het me te grijpen. Iedere 10 pagina's wordt het verhaal intenser en de laatste pagina's raken me. Camus heeft gelijk en iedereen weet het. Maar toch is het soms zo moeilijk om te doen, om alles in eigen hand te nemen.
Toch heb ik het de afgelopen maand gedaan en met resultaat. Ik heb veel nieuwe leuke mensen leren kennen. Ik heb veel energie gestoken in het leren van het Frans. En langzamerhand begint het allemaal een beetje op zijn plaats te vallen. Ik kan de gesprekken allemaal wat beter volgen en daardoor meteen veel meer contacten maken op de universiteit en hier om mij heen.
En dan een bizar moment. Terwijl ik dit stukje zit te typen, klopt er iemand op mijn deur. Het is de zoon van de concierge. Iemand heeft de sleutel afgebroken in het slot van de buitendeur. Dus niemand kan van buiten het huis meer binnen komen.
Dan wil je eens een keer wat van je leven maken...
Kan je niet eens je eigen huis meer in of uit!
Ondertussen kan ik iedereen L'étranger van Camus aanraden. Het is niet dik en niet moeilijk geschreven. Ik zelf begin vanavond maar aan een nieuw boek, nu ik niet naar buiten kan. Al moet ik stiekem bekennen dat ik toch vanavond niet meer naar buiten wilde. Het is sinds een paar dagen koud in Parijs (de verwarming moest voor het eerst aan deze week) en il pleut des cordes (= het regent pijpenstelen). Morgen wordt het slot gerepareerd, tenminste dat zeggen ze....
Labels:
Camus,
L'étranger,
Opgesloten,
Sleutel,
Vreemdeling
vrijdag 24 oktober 2008
de Avonden [updated]
Het was al donker, toen in de het begin van de avond van de twintigste oktober 2008 in de stad, op de zesenvijftigste verdieping van de toren Montparnasse, de held van deze geschiedenis, Jeroen de Baaij, de lift uit stapte. De stad ligt aan zijn voeten en de lichtjes schijnen hem toe. Hier werd hij met zijn geliefde zus aan een groot natuurgeweld blootgesteld.
Vanaf hier laat onze held de ‘Gerard Reve taal’ achter zich en gaat in gewoon Nederlands verder. (Wees gelukkig, u bent zo juist aan honderden regels paars fluwele strakke broekjes om golvende jongensbilletjes ontsnapt.)
Maar het is wel waar. Linde was met een vriendin (Hilde) in Parijs en maandagavond werden we bijna van de Tour Montparnasse gewaaid vanwege de harde wind (dat had u ook nog eens enkele tientallen extra regels aan geëmmer op dit blog kunnen besparen, maar goed, u heeft niet altijd geluk).
Linde was maar heel kort in Parijs (3 dagen) en helaas had ik die dagen zelf ook een vrij druk programma. Zo had ik dinsdagavond weer Franse les. En nu ik al weken lang consequent niet over de Franse taal schrijf, komt nu het moment dat ik er niet meer omheen kletsen kan. De Franse taal valt namelijk niet mee, zo moet u weten.
Na de eerste week kan je nou eenmaal niet meer aankomen met “Parlez-vous anglais?” of “Je ne parle pas français.” En vanaf dat moment is er werk aan de winkel. Dus dat betekent veel fouten maken en iedere dinsdag en woensdagavond naar de Franse les om te leren wat ik fout doe. Voor de Fransen om me heen zal ik wel overkomen als de plaatselijke Officer Crabtree.
Voor de mensen die even zijn vergeten wie dat ook weer eens was:
Maar goed, iedere week gaat een stukje beter. En de colleges en werkgroepen kan ik goed volgen doordat er dan vaak powerpoint presentaties of hand-outs bij zijn. Pas als ik zelf mijn mond open moet doen wordt het lastiger. Ik weet al haast niet meer hoe het is om niet met je mond vol tanden te staan. Maar ook dat komt met de tijd vanzelf goed.
Nadat ik weer afscheid had genomen van Linde, heb ik woensdagavond maar weer eens een concertje bezocht. Er zouden drie jonge Engelse bandjes optreden en ik had het kaartje gekocht op basis van the Bishops waar ik ooit eens een liedje van had gehoord. Maar the Bishops bleken ondertussen dagelijks het voorprogramma te zijn van James Blunt en dus kreeg ik drie onbekende bandjes voor mijn neus.
Na het niet bijzondere Lowline en het geinige Eight Legs (hier zit wel wat in, geef ze nog 2 jaar), kwam Man Like Me. De zanger was een dunne kortgeschoren jongen die een spijkerbroek droeg met daaroverheen getrokken grote Arsenal sportsokken. Hij stelde de groep voor: "We are the Bishops" (iets wat ie overigens tot het voorlaatste nummer volhield, Engelse humor).
Wij waren overigens: hijzelf, 2 andere jongens en een grote dikke neger die 80% van de tijd midden op het podium een krantje zat te lezen. Tussendoor pakte hij dan zijn trombone en deed mee met de andere drie. Bijna alles wat je hoort stond op band en was dus niet live, maar de show was geweldig. De hele zaal stond te dansen, iets wat de andere bands niet gelukt was. Eigenlijk is niet zo mijn muziek, maar toegegeven, vooral het nummer Carny is wel erg aanstekelijk. En dus was MLM zelfs voor mij de perfecte afsluiter voor deze avond.
Donderdagavond zat ik vervolgens achter mijn PC NEC te kijken met dank aan Omro_p Ge_de_la_d (ja, zij vielen zelf ook af en toe weg….). Over de wedstrijd hebben we het verder maar even niet.
En zo is het alweer vrijdagavond en word ik verwacht op een feestje op de universiteit. Voor degenen die zich afvragen of ik overdag ook nog wat uitvoer, ja, dat is het geval. Maar dit stukje heet niet voor niks de avonden, biostatistiek is nou eenmaal het beschrijven niet waard. Tenminste uit recent onderzoek blijkt dat mensen dit stukje tekst significant (alpha=0,05) interessanter vinden, dan biostatistiek. I rest my case.
[update 25-10-2008]
Tijdens het feestje op vrijdagavond hebben er zware onderhandelingen plaatsgevonden. Maar met gepaste trots kan ik u melden dat ik namens Nederland met de Fransen een akkoord heb kunnen sluiten. De Fransen hebben zich bereid gevonden per 1 januari aanstaande Wallonië op te nemen in de Republiek. Vlaanderen zal zich per die datum aansluiten bij het koninkrijk der Nederlanden. De onderlingen hebben zo'n 10 seconden in beslag genomen...
Vanaf hier laat onze held de ‘Gerard Reve taal’ achter zich en gaat in gewoon Nederlands verder. (Wees gelukkig, u bent zo juist aan honderden regels paars fluwele strakke broekjes om golvende jongensbilletjes ontsnapt.)
Maar het is wel waar. Linde was met een vriendin (Hilde) in Parijs en maandagavond werden we bijna van de Tour Montparnasse gewaaid vanwege de harde wind (dat had u ook nog eens enkele tientallen extra regels aan geëmmer op dit blog kunnen besparen, maar goed, u heeft niet altijd geluk).
Linde was maar heel kort in Parijs (3 dagen) en helaas had ik die dagen zelf ook een vrij druk programma. Zo had ik dinsdagavond weer Franse les. En nu ik al weken lang consequent niet over de Franse taal schrijf, komt nu het moment dat ik er niet meer omheen kletsen kan. De Franse taal valt namelijk niet mee, zo moet u weten.
Na de eerste week kan je nou eenmaal niet meer aankomen met “Parlez-vous anglais?” of “Je ne parle pas français.” En vanaf dat moment is er werk aan de winkel. Dus dat betekent veel fouten maken en iedere dinsdag en woensdagavond naar de Franse les om te leren wat ik fout doe. Voor de Fransen om me heen zal ik wel overkomen als de plaatselijke Officer Crabtree.
Voor de mensen die even zijn vergeten wie dat ook weer eens was:
Maar goed, iedere week gaat een stukje beter. En de colleges en werkgroepen kan ik goed volgen doordat er dan vaak powerpoint presentaties of hand-outs bij zijn. Pas als ik zelf mijn mond open moet doen wordt het lastiger. Ik weet al haast niet meer hoe het is om niet met je mond vol tanden te staan. Maar ook dat komt met de tijd vanzelf goed.
Nadat ik weer afscheid had genomen van Linde, heb ik woensdagavond maar weer eens een concertje bezocht. Er zouden drie jonge Engelse bandjes optreden en ik had het kaartje gekocht op basis van the Bishops waar ik ooit eens een liedje van had gehoord. Maar the Bishops bleken ondertussen dagelijks het voorprogramma te zijn van James Blunt en dus kreeg ik drie onbekende bandjes voor mijn neus.
Na het niet bijzondere Lowline en het geinige Eight Legs (hier zit wel wat in, geef ze nog 2 jaar), kwam Man Like Me. De zanger was een dunne kortgeschoren jongen die een spijkerbroek droeg met daaroverheen getrokken grote Arsenal sportsokken. Hij stelde de groep voor: "We are the Bishops" (iets wat ie overigens tot het voorlaatste nummer volhield, Engelse humor).
Wij waren overigens: hijzelf, 2 andere jongens en een grote dikke neger die 80% van de tijd midden op het podium een krantje zat te lezen. Tussendoor pakte hij dan zijn trombone en deed mee met de andere drie. Bijna alles wat je hoort stond op band en was dus niet live, maar de show was geweldig. De hele zaal stond te dansen, iets wat de andere bands niet gelukt was. Eigenlijk is niet zo mijn muziek, maar toegegeven, vooral het nummer Carny is wel erg aanstekelijk. En dus was MLM zelfs voor mij de perfecte afsluiter voor deze avond.
Donderdagavond zat ik vervolgens achter mijn PC NEC te kijken met dank aan Omro_p Ge_de_la_d (ja, zij vielen zelf ook af en toe weg….). Over de wedstrijd hebben we het verder maar even niet.
En zo is het alweer vrijdagavond en word ik verwacht op een feestje op de universiteit. Voor degenen die zich afvragen of ik overdag ook nog wat uitvoer, ja, dat is het geval. Maar dit stukje heet niet voor niks de avonden, biostatistiek is nou eenmaal het beschrijven niet waard. Tenminste uit recent onderzoek blijkt dat mensen dit stukje tekst significant (alpha=0,05) interessanter vinden, dan biostatistiek. I rest my case.
[update 25-10-2008]
Tijdens het feestje op vrijdagavond hebben er zware onderhandelingen plaatsgevonden. Maar met gepaste trots kan ik u melden dat ik namens Nederland met de Fransen een akkoord heb kunnen sluiten. De Fransen hebben zich bereid gevonden per 1 januari aanstaande Wallonië op te nemen in de Republiek. Vlaanderen zal zich per die datum aansluiten bij het koninkrijk der Nederlanden. De onderlingen hebben zo'n 10 seconden in beslag genomen...
vrijdag 17 oktober 2008
De Cirkel is Rond
Jaren geleden werd ik samen met mijn moeder en mijn zusje door mijn opa en oma meegenomen naar Parijs. Mijn ouders lagen in scheiding en we gingen even weg van het ‘gedoe’. Samen struinden we door de straten en bekeken we alle hoogtepunten van de stad. We bezochten Quasimodo in de Notre Dame, stonden in de kleurenregen van Sainte Chapelle, keken uit over de Champs-Elysées vanaf la Defense, beklommen de Eiffeltoren, groetten Mona in het Louvre, brachten onze eer aan Napoleon in Invalides en nog veel meer.
Mijn grootouders waren mijn gidsen door de stad die zij al vaak bezocht hadden en zo graag wilden laten zien aan hun kleinkinderen. Sinds deze reis is Parijs mij dierbaar geworden en heb ik de stad nog meermalen bezocht. Immers Mona had ook buren die begroet dienden te worden, de vader van Quasimodo moest bezocht worden aan het Place de Vosges, Montparnasse had ook een prachtig uitzicht en ook Picasso en Rodin kon ik niet aan hun lot overlaten.
Ieder bezoek aan de stad werd de stad mij liever en toen bleek dat hier ook nog eens een mooie vervolgstudie zat, was ik verkocht. Hier wilde ik studeren, dit zou mijn toekomst worden. En nu jaren later zie ik dagelijks de Arc de Triomphe en sleurt de metro mij door alle uithoeken van de stad. Ieder weekend lijkt er meer te zien en te bezoeken.
Afgelopen week was echter bijzonder. Mijn opa en oma waren in de stad. Samen struinden we over straten en pleinen en genoten we van alles wat te stad te bieden heeft. Nu echter liet ik mijn grootouders delen in mijn eigen hoogtepunten van de stad. En dus kwamen we tot rust tussen Monet's waterlelies, waaide de wind door onze haren langs de Seine en keken we uit over de stad vanaf Montmartre.
En zo zaten we op de 17e oktober samen aan tafel en hieven wij ons glas. Op de stad, op 86 jaren, op de toekomst. De cirkel was rond.
Mijn grootouders waren mijn gidsen door de stad die zij al vaak bezocht hadden en zo graag wilden laten zien aan hun kleinkinderen. Sinds deze reis is Parijs mij dierbaar geworden en heb ik de stad nog meermalen bezocht. Immers Mona had ook buren die begroet dienden te worden, de vader van Quasimodo moest bezocht worden aan het Place de Vosges, Montparnasse had ook een prachtig uitzicht en ook Picasso en Rodin kon ik niet aan hun lot overlaten.
Ieder bezoek aan de stad werd de stad mij liever en toen bleek dat hier ook nog eens een mooie vervolgstudie zat, was ik verkocht. Hier wilde ik studeren, dit zou mijn toekomst worden. En nu jaren later zie ik dagelijks de Arc de Triomphe en sleurt de metro mij door alle uithoeken van de stad. Ieder weekend lijkt er meer te zien en te bezoeken.
Afgelopen week was echter bijzonder. Mijn opa en oma waren in de stad. Samen struinden we over straten en pleinen en genoten we van alles wat te stad te bieden heeft. Nu echter liet ik mijn grootouders delen in mijn eigen hoogtepunten van de stad. En dus kwamen we tot rust tussen Monet's waterlelies, waaide de wind door onze haren langs de Seine en keken we uit over de stad vanaf Montmartre.
En zo zaten we op de 17e oktober samen aan tafel en hieven wij ons glas. Op de stad, op 86 jaren, op de toekomst. De cirkel was rond.
Abonneren op:
Posts (Atom)



