zondag 13 december 2009

De Metro Dame

Mijn opa vertelde mij ooit dat hij tientallen jaren geleden eens een hele dag in de Parijse metro had doorgebracht met mijn oom die toen nog een klein jongetje was. Ze liepen van metro naar metro en doorkruisten de hele stad zonder boven de grond te komen. Vergeet de Notre Dame en het Louvre, niets is zo mooi als het ondergrondse leven van Parijs.

Dagelijks heb ik genot om mijn uurtje in de onderaardse gangen door te brengen. Zo zat ik afgelopen week in de lijn 1 toen er een dame binnenstapte. Ze droeg een witte bontjas, een parelketting en om haar pols schitterde een horloge dat was afgezet met kleine diamantjes. Het meest opvallende vond ik echter de Gucci zonnebril in haar haren. Het zal vast een model zijn geweest dat ook tegen de regen beschermde, want anders zou ik niet weten waarom ze de bril bij zich had die dag.

Kort gezegd, het was een opvallende verschijning. Voordat ze tegenover mij plaatsnam, veegde ze met haar hand over het stoeltje. Alsof deze handeling enig effect zou hebben op de properheid van het zitvlka. De andere reizigers om mij heen bekeken haar ondertussen volgens de Parijse methode. Dat wil zeggen, ze doen alsof ze zeer verdiept zijn in hun boek of krant, maar kijken ondertussen net over de pagina’s heen.

Ik geloof dat de onuitgesproken conclusie was dat de chauffeur van de dame een dagje vrij moest hebben genomen, want ze had hier werkelijk niets te zoeken in de metro. Een echte Parisien laat echter niet merken dat hij onder de indruk is en dus doken de neuzen nog dieper in de boeken en de kranten.


Naast me zat echter een negerin die geen lectuur bij zich had en bovendien een stuk oplettender was dan ikzelf en mijn medereizigers. ‘Mevrouw, heeft gezien dat uw tas is gescheurd?’, vroeg ze aan de dame. Ik keek op en inderdaad zat er een grote scheur aan de onderkant van de kartonnen tas van een duur kleding merk. Er staken twee truien uit de tas, die er bijna uitvielen.

Zonder de opmerkzame vrouw aan te kijken, mompelde de dame iets in de trant van ‘Oh, dank u wel’ en trok ze de tas op schoot. Het was het begin van een prachtig schouwspel. Ik heb zelden iemand zo onhandig twee truien uit een tas zien halen. Tot op het moment van schrijven is het me onduidelijk waarom de dame ze per se via de scheur naar buiten wilde halen.

De opmerkzame negerin had ondertussen niet stil gezeten. Ze was namelijk in het bezit van een onuitputtelijke tas zoals alleen echte vrouwen hebben. Zo’n exemplaar waarmee je twee weken op reis kan door de binnenlanden van China zonder iets tekort te komen. Hoe dan ook, er kwam een plastic tas uit van de C&A die ze met een vriendelijke lach aan de dame aanbood.

De dame die de truien ondertussen op haar schoot had liggen, keek de negerin met een twijfelende blik aan. De fantoomlezers hadden hun toneelstukje ondertussen opgegeven en bekeken openlijk de afweging van de dame. Het duurde allemaal namelijk net iets te lang en haar blik sprak boekdelen. Toch zei ze uiteindelijk uiterst vriendelijk: ‘Dank u wel, wat vriendelijk van u!’

Voor het eerst keek ze de negerin in het gezicht aan en begon zelfs een vriendelijk gesprekje. Toch denk ik dat de negerin zich vooral dat ene moment van twijfel zal herinneren. Helaas zal zij even als ikzelf nooit weten waarover de vrouw twijfelde. Wilde ze geen tas aannemen van een negerin of was het vooral het grote C&A logo op de tas waarmee ze niet gezien wilde worden?

Toen ik uitstapte was het vriendelijke gesprek tussen de twee alweer uitgedoofd en waren mijn medereizigers weer verdiept in hun boeken. Nergens laten mensen zich zo kennen als in de metro. De volgende keer als u in Parijs bent, doe ook eens een dagje ondergrondse!

zondag 6 december 2009

De Kerstboom

Bij de kerstboom denk ik aan zo’n groene, lekker ruikende fijnspar, die je samen met je vader op een zondagmiddag met een botte bijl en figuurzaag uit een naburig bos omzaagt om vervolgens in de huiskamer met echte kaarsen en de oude kerstballen van oma te versieren. Maar ik vergis me, tegenwoordig is het boomachtige met nepnaalden van plastic, zodat je volgend jaar tenminste niet opnieuw een boom hoeft te kopen.

Aangezien de straten van Parijs al wekenlang met lampjes behangen zijn en je geen etalage voorbij kan lopen zonder een kerstman te zien staan, kwam ik zelfs al voor Sinterklaas in de kerstsferen. De druk van de commercie op mijn fragiele schoudertjes werd steeds groter (toch eens wat meer eten) en dus toog ook ik naar de winkel voor een prachtig exemplaar van de eerder geroemde kunstkerstboom. Ik dacht ik wil ‘een kerstboom’, maar vroeg om een ‘sapin de noël’.

Niet veel later kon ik beginnen met het meest feestelijke onderdeel, namelijk het opzetten van den kerstboom (of van den den, zo u wilt). Op de achtergrond klonk stemmige kerstmuziek over een kleine trommelaar (param pam pam pam) en dus kon ik beginnen. Altijd beginnen met de lampjes, zo herinnerde ik mij een uitspraak van mijn vader. Dus dat deed ik.



Toen de stekker in het stopcontact ging, bleek dat ik onoplettend was geweest. De lampjes die prachtig over het boompje waren verdeeld bleken namelijk te knipperen. Aan uit, aan uit, aan uit (param pam pam pam). Ik pakte het doosje er bij en toegegeven, er stond inderdaad wel op het doosje vermeld dat de lampjes knipperend waren. Ik dacht ‘shit’ en maar riep ‘putain’ want nu zat ik dus met een beetje ‘hoerige’ kerstboom in mijn kamer (param pam pam pam).

Ik dacht ‘maar goed’, maar zei ‘enfin’, dan had ik maar beter op moeten letten in de winkel. Verder dus met de rode kerstballen die ik een voor een uit de doos verwijderde. En daar vestigde ik een nieuw record, slechts een kerstbal gleed door mijn vingers en stuiterde op de grond (param pam pam pam). Maar op wonderenswaardige wijze besloot de bal niet kapot te gaan. 24 ballen, 0 doden.

Nadat ook het stalletje onder aan de boom was gezet (een cadeautje van een ondertussen verhuisde buurvrouw), kon ik mijn kerstboom tevreden aanschouwen. Ik dacht ‘Jezus Christus’ wat een prachtige boom, maar zei ‘Nana Mouskouri’ (param pam pam pam). Toen wist ik dat teveel kerstliedjes had gedraaid...

Nana Mouskouri is namelijk helemaal niet Frans.

dinsdag 1 december 2009

Als Zwerver in Parijs

Mijn internetverbinding is weer in orde, dus verblijd ik u graag met een belevenis uit de afgelopen weken.

‘Woon jij hier ?’

Ik keek op van de laptop die op mijn schoot stond. Voor mij stond een jongetje met een rode driewieler. Ongeduldig bewoog hij zijn fietsje van voor naar achter, terwijl hij me nieuwsgierig aankeek. Ik schatte het mannetje op een jaar of 5.


Ik antwoordde duidelijk niet snel genoeg naar zijn zin, want hij begon zelf verder te praten. ‘Ik heb ook een computer en dan speel ik altijd spelletjes met salto en zelia.’
‘Zijn dat je vriendjes?’, vroeg ik geïnteresseerd.

‘Née-hee!’

Ik had duidelijk een domme opmerking gemaakt.

‘Dat is een spelletje op de computer. Ik ben daar heel goed in.’

‘O! Ik kende dat spelletje niet.’, zei ik om me nog enigszins te redden en niet helemaal achterlijk te worden gevonden door het kereltje.


Maar hij praatte onverstoord verder.
‘Ik speel heel veel op de computer als het regent. Als het mooi weer is, speel ik liever buiten. Maar mijn computer is thuis.
Woon jij hier?’

Eindelijk begreep ik het misverstand. Ik zat hier in het Parc Monceau met mijn laptop om mijn e-mail te checken. In het park zat namelijk een hotspot van de gemeente Parijs zodat ik hier gratis kon internetten. Maar het ventje dacht omdat ik hier mijn computer had, dat ik hier ook woonde. Hij associeerde een computer met zijn huis.



Ik besloot het spelletje mee te spelen.
‘Nee, ik woon hier niet. Dit is mijn kantoor’, zei ik hem dan ook lachend.
‘O’, antwoordde het kereltje bedremmeld.

Om hem niet teleur te stellen, vertelde ik verder.

‘Mijn huis is daar!’ Ik wees naar de andere kant van de vijver.
Met grote ogen volgde het jongetje mijn vinger en keek naar het bankje aan de overkant van het water. Daarna keek hij me weer aan, in afwachting van wat ik nog meer te zeggen had.


Ik begon lekker op dreef te komen.
‘De vijver is mijn badkuip.’, vertelde ik. ‘Heb jij een badeendje?’
Het kereltje antwoordde vrolijk: ‘Ja! Ik heb er zelfs twee. Een gele en een rode!’
‘Ik heb geen badeendjes.’, zei ik,
‘Ik heb echte eendjes in mijn bad!’

Het jongetje moest lachen.


‘En zie je die boom daar?’, ik wees naar een willekeurige boom in de buurt.
Hij knikte ja.

‘Dat is nou mijn WC!’

Met grote ogen keek hij me aan. ‘Echt waar?’

‘Ja, echt waar!’, bevestigde ik.

Vervolgens werd ons gesprekje onderbroken door het geroep van een dame.
‘Matthieu! Kom je hier. Laat die meneer eens met rust!’

Zonder nog iets te zeggen draaide het jongetje zijn driewieler om en fietste naar zijn moeder toe.

Trots vertelde hij: ‘Mama, ik heb een echte zwerver gezien!’

maandag 23 november 2009

Kort bericht

De berichtgeving via dit blog is tijdelijk gestaakt omdat ik helaas zonder internetverbinding zit. In afwachting van het herstel van deze verbinding, wil ik alvast laten weten dat ik 19 december tot en met 3 januari in Nederland zal zijn.

zondag 8 november 2009

De Warme Thuiskomst

Het schemerde toen ik donderdag uit de metro stapte. De onvermijdelijke wintertijd zorgde ervoor dat het weer vroeg donker werd. Het was een lange collegedag geweest en ik had de volgende ochtend al het tentamen. Dat werd dus een pizzaatje vanavond, zodat er genoeg tijd overbleef om nog wat te leren.

Soms heb je het gevoel dat het leven sneller gaat dan jijzelf. Alsof je nog maar net aan kan haken bij de laatste wagon van de trein. Je voelt de wind door je haren gaan en denkt dat je ieder moment van de trein geblazen kan worden. Dit gevoel had ik afgelopen week. Iedere dag in de collegebanken tot het eind van de middag en iedere avond druk samenvatten en leren om niet achter te raken. Ik was moe.

Eenmaal boven de grond liep ik langs de plaatselijke krantenman. Hij trok de Le Monde’s en L’équipes uit de rekken en gooide ze op een stapel op de grond. Oud nieuws, vanmorgen nog een euro waard, nu overgeleverd aan de prullenbak. Ik rende er aan voorbij om nog net voordat het stoplicht op rood sprong over te kunnen streken.

In de verte hoorde ik trompetmuziek schallen, die steeds luider werd. Ik sloeg de hoek om, mijn straat in en zag waar het vandaag kwam. Twee mannen met ieder een trompet stonden midden in de straat te spelen. Tussen hen in stond een box die achtergrondgeluid voortbracht. Ik stapte steeds dicherbij op het ritme van de muziek.

Breedlachend kwam een van de mannen op mij afgelopen. Zijn rechterhand omklemde zijn trompet en in zijn linkerhand een bekertje. Ik gooide er twee euro in toen hij bij me was. Samen liepen we op naar zijn vriend, terwijl hij vrolijk verder trompetterde. Het geluid was oorverdovend.

Precies bij de voordeur van mijn huis stond de andere man met de box opgesteld. Ik besloot nog even te blijven luisteren, terwijl de man met het bekertje ondertussen van raam naar raam ging. De mensen op de benedenverdiepingen waren immers ook opgeschrikt van de muziek.

Mijn gedachten dwaalden af naar het tentamen van de volgende dag. Ik zette op een rijtje wat ik vanavond allemaal nog moest doornemen en bedacht me dat het eigenlijk wel mee viel. Doordat ik de afgelopen week iedere avond al had zitten leren, was het slechts een kwestie van puntjes op de i zetten.

Toen ik voordeur opendeed, voelde ik me tot rust gebracht. De trein was minder hard gaan rijden, of ik hield me steviger vast, ik weet het niet. Eenmaal op mijn kamer zette ik het raam open. Zachtjes hoorde ik het trompetgeschal vanaf de straat. Thuis ontvangen met muziek, daarom woon ik nou in Parijs!

zaterdag 31 oktober 2009

Op stap met de dames

Als je in Parijs woont, heb je een druk leven. De Parijzenaar herken je aan veel gezwaai met een agenda en geklaag over het volle programma. De inwoners van de stad hebben dan ook altijd haast. Liever rennen voor de metro, dan drie minuten wachten op de volgende. Om tot rust te komen in deze hectische wereld, gaat de echte Parisien wandelen (se balader)…

‘Wat ga je doen zondag?’ ‘Ik ga wandelen met mijn vrienden. ’ In Nijmegen zou je meteen vragen of ze trainen voor de vierdaagse, maar in Parijs vraag je waar. ze gaan rondstappen Om vervolgens te horen dat ze naar de Jardin de Luxembourg, het Canal Saint Martin of dat ene ‘Quartier Hypersympa’ gaan.

Toen we afgelopen week twee uur tijd hadden tussen de college’s, was ik dan ook niet verbaasd dat er werd voorgesteld om te gaan wandelen. Het Quartier Latin werd deze keer met ‘sympa’ bestempeld en dus liep ik tien minuten later over de Boulevard Saint Germain met drie dames om me heen.

Geen van allen wisten we waar we heen liepen, dat maakte ook niet uit. De zon scheen fel aan de blauwe hemel en met de jas aan was het prettig toeven. We liepen door rode stoplichten, doorkruisten een marktje en passeerden de termen van Cluny. Een zwerver die om geld kwam schooien, werd afgewimpeld met de woorden ‘het is een moeilijke tijd voor ons allemaal’ en een ober die ons binnen probeerde te lokken, werd straal voorbij gelopen. We wandelden!



Maar toen bleek toch dat ik met dames op stap was. Er werd halt gehouden voor een schoenenwinkel. Niet om schoenen te kopen, maar om te vragen of ze misschien een andere schoenenwinkel wisten te zitten. Zoiets als: “Ik wil bij u geen schoenen kopen. Ik ga naar een andere winkel en daar ga ik wel schoenen kopen. Uw schoenen zijn ‘nul’.”

Helaas voor de dames en gelukkig voor mij wist men de andere schoenenwinkel niet te vinden. De wandeling werd voortgezet. Het gesprek kwam ondertussen op jeugdherinneringen. Voor ik het wist zongen de dames luid Wannabe van de Spice Girls en even later werd mij gevraagd of kinderen in Nederland ook aan ‘elastieken’ deden. Even was ik bang dat een van de meiden een veelkleurig elastiek uit een jaszak zou toveren.

Toen passeerden we een etalage waarin heel veel chocola lag uitgestald, de kerst is immers weer op komst en dus liggen de supermarkten weer vol met chocolade. Hier konden we niet voorbij lopen. Dus werd er door ieder een euro ingelegd en even later smolten de chocolade eitjes in mijn mond.

Maar door onze chocoladestop moesten we opschieten om weer op tijd te zijn voor ons college. Tja, haasten en wandelen, gaat natuurlijk niet samen in het woordenboek van de Parisien. De voetjes waren ook wel toe aan wat rust. De bus bracht uitkomst. Al moesten we wel rennen om hem te halen...

zondag 18 oktober 2009

Parijs aan mijn voeten

Als ik vanaf mijn dakraampje naar buiten kijk, zie ik de schotelantenne van de buren en vooral veel dakpannen. ’s Avonds gluur ik stiekem door de ramen van de Mexicaanse achterbuurvrouw naar binnen en verder zie ik schoorstenen, tientallen exemplaren in allerlei soorten en maten.

Ik zit te hoog om de binnentuin te kunnen zien en verder is er alleen maar lucht. Een blauwe massa die gevuld wordt met wolken en vliegtuigen die vanaf vliegveld Charles de Gaulle komen. In de avondschemering komen er enkele vleermuizen tevoorschijn. Een bezoek aan mijn kamer doe je dan ook niet voor het geweldige uitzicht over Parijs.

Afgelopen week ging ik ging naar het laboratorium waar ik vanaf januari mijn stage ga lopen. Ik ben me alvast aan het inlezen en wat voorbereidende experimenten aan het doen. Het lab is gewoon bij mijn universiteit en zit op de vijfde verdieping van het gebouw. Na een hartelijk ontvangst kreeg ik mijn plaats aan het raam toegewezen. Ik ging zitten en bleef eerst vijf minuten naar buiten kijken.

In het midden het gebouw waar ik stage ga lopen

Het was me snel duidelijk dat het geen straf zou zijn om hier te moeten werken. Onder het gebouw stroomt de Seine langs waarover de hele dag de toeristenboten voorbij varen. Als je verder kijkt zie je bovendien de Bastille, het Centre Pompidou en in de verte de Sacre Coeur liggen. Als je uit het raam zou gaan hangen, zie je ook de Notre Dame nog.

Terwijl ik de verschillende vloeistoffen in mijn buisjes pipetteer, ligt Parijs dus aan mijn voeten. Zeker straks in de winter, als het vroeg donker is, moet het geweldig zijn om alle lampjes te zien. Maar daar zal ik tegen die tijd nog wel van gaan genieten, want een ding is zeker. Het zullen lange dagen worden tijdens mijn stage. De afgelopen week was ik in ieder geval niet voor 19.30 thuis.

Maar laten we nou eerlijk zijn. Als je moet kiezen tussen een prachtig uitzicht over Parijs of een paar nietige schoorstenen, dan blijf je toch uit jezelf al liever in het lab! Misschien toch eens informeren of er niet nog ruimte is voor een matrasje op de grond!

Al moet ik dan natuurlijk wel het uitzicht op mijn Mexicaanse achterbuurvrouw missen. En wie weet, nodigen die schoorstenen toch nog wel uit tot wat meer vermaak...

zaterdag 10 oktober 2009

De Loodgieter vs. De Wastafel

Op de vierde verdieping moest er even uitgerust worden. Zwaar hijgend, steunde de man op de trapleuning om pas na een halve minuut de tocht naar boven voort te zetten. Eenmaal op mijn kamer liet hij de leren tas met gereedschap van zijn schouder op de grond vallen en zocht hij steun bij de deurpost om te voorkomen dat zijn lichaam een zelfde route zou volgen.

Het was maandagochtend kwart over acht. De man had zich vast een leuker begin van de week voorgesteld. Maar ik was zijn eerste klant en heb nou eenmaal geen lift. Terwijl de man op adem kwam, maakte ik van de gelegenheid gebruik om de situatie uit te leggen. Mijn douche zat verstopt. Mijn water liep nauwelijks weg en als een van de buren gingen douchen, kwam het bij mij naar boven.

Al snel zat de man dan ook gebukt onder mijn wastafel de leidingen te bekijken. Er werd een dop losgedraaid en er kwam water uit naar boven. Snel greep de man dan ook naar een emmer, maar kwam daarbij met zijn hoofd in aanvaring met de wastafel. Het gaf een flink dreun en werd snel gevolgd door een harde uitroep. ‘Putain!’

Daarna begon het gevecht met de leidingen echt. Allerlei gereedschap werd erbij gehaald en snel was er weer een dreun. Opnieuw stootte hij zijn hoofd hard tegen de wastafel. ‘Merde!’ Deze keer schreeuwde hij zo hard, dat het hele huis het gehoord moet hebben. Het zat hem niet mee vandaag. Eerst die trap, vervolgens die wastafel en het was nog niet klaar.


Hij ging ondertussen verder en het probleem bleek een heel eind verderop in de buis te zetten, voorbij de kamer van mijn buurvrouw. Ik bood hem intussen een kop koffie aan, want zo heb ik altijd geleerd, werkmannen draaien op koffie. Als je er geen koffie ingooit, komen ze niet op gang.

De loodgieter had ondertussen voor de derde en later ook de vierde keer zijn kop gestoten. Maar een ezel stoot zich geen ‘drie’ keer aan dezelfde steen. Dus de dreunen werden niet meer gevolgd door scheldpartijen. Alsof hij zich erbij neer had gelegd dat het vandaag tegen zat en ook niks meer zou worden. Maar de verstopping was nog niet verholpen.

Hij besloot toen wat extra gereedschap te gaan halen uit zijn auto. Ruim tien minuten later stond hij weer zwaar hijgend aan de deurpost. Het enige wat ik kon doen was weer een kop koffie voor hem in te schenken. Ik kon moeilijk de hele tijd bij hem staan kijken, dus ik besloot nog even een college voor te bereiden.

Tot ik weer een dreun hoorde. Ik keek er niet meer op van. Maar nu hoorde ik plotseling water weglopen. Eerst dacht ik nog dat het de loodgieter was, die een slok van zijn koffie nam. Maar toen het aanhield, ging ik kijken. De loodgieter wreef met zijn hand over zijn achterhoofd, maar glimlachte breed: ‘Het loopt weer weg!’

zaterdag 3 oktober 2009

Een Nieuw Collegejaar

Tien minuten voor het begin van het college, het is nog rustig. De docent is begonnen met het aansluiten van zijn laptop en de eerste studenten zitten in de zaal. Er wordt rustig gebabbeld over de vorige avond of over het weer. Een voor een druppelen de studenten binnen.

Pas de laatste minuten voor de start wordt het echt druk. Opeens komen de studenten overal vandaan. De gemotiveerde dames op de voorste rij hebben hun papieren voor zich uitgestald, de punten van hun potloden geslepen en de agenda opengeklapt bij vandaag. Op de achterste rij veegt de een de slaap nog uit zijn ogen, terwijl een ander met de oordopjes van zijn mp3-speler nog in zijn oren, in slaap lijkt te zijn gevallen.

Als de docent zijn verhaal is begonnen, begint het spel van de onvermijdelijke laatkomers. De meesten zoeken zo snel mogelijk een plaatsje achter in de zaal. Terwijl sommigen net dat plaatsje in het midden willen, zodat de hele rij voor ze op moet staan. De geharde docent doet net alsof hij het niet ziet en spreekt rustig verder.

Het zal waarschijnlijk niet veel uitmaken in welke Nederlandse universiteit je binnenstapt of je zult het bovenstaande tafereel tegenkomen. Natuurlijk kan de dame op de eerste rij ook best een man zijn, maar het principe blijft hetzelfde.


Mijn verbazing was dan ook groot toen ik vorig jaar mijn eerste colleges in Frankrijk ging volgen. Tien minuten vooraf was de zaal al voor de helft gevuld! De laatkomers waren op een hand te tellen. Ze zeiden bij het binnenkomen bovendien iets in de trant van ‘Excusez-moi’, waarop de docent ze dan met een vriendelijk bonjour toeknikte.

Regelmatig waren de rollen zelfs omgedraaid! Dan zat op het begintijdstip een hele zaal klaar en was juist de docent 5 minuten te laat. Zelfs als een docent drie keer op rij te laat was, bleven de studenten gewoon vroeg komen. Wie was hier nou de student en wie de docent? Mijn verbazing was groot.

Ook mijn nieuwe collegejaar begon weer zo. Op vrijdagmiddag staat er de komende weken op mijn rooster namelijk een les van 16.00 tot 18.00. Gister tijdens de eerste bijeenkomst, was het eerste wat de docent aan ons vroeg: 'Kunnen we dat alstublieft veranderen? Ik zit er niet op te wachten om hier iedere vrijdag tot 18.00 uur te zitten.'

‘Elle est sympa’, zei een vriendin van me achteraf. ‘Oui, elle est vraiment sympa’, beaamde ik…

zaterdag 26 september 2009

Busje komt zo?

Maandag beginnen voor mij de colleges weer en dus nam ik de afgelopen week even lekker de tijd om de stad te bekijken. Niet de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe of de Notre Dame, ik ging juist op zoek naar dat ene onbekende museumpje en dat parkje waar ik nog nooit was geweest.

Ondanks mijn geurervaring van afgelopen januari reis ik bij dit soort tripjes het liefst met de bus. Het brengt me in een onbekommerde stemming. Als je binnenstapt, zegt de chauffeur je vriendelijk goedendag en knikken de bejaarden op de eerste stoelen je toe. Het constante optrekken en afremmen wiegt je langzaam in slaap en bovendien kan je onderweg lekker naar buiten kijken.

Deze week werd mijn rust echter ernstig verstoord door een zwarte Smart. U moet weten dat het Parijse stadsverkeer wordt gedomineerd door deze miniatuurauto’s. De ene helft van Parijs rijdt in een Smart en de andere helft in een Mini Cooper. Dit specifieke exemplaar had het een beetje hoog in de bol zitten en dacht de bus wel even aan de kant te duwen. U snapt het, dat werd een botsing.

Nou ja, botsinkje, want op enkele krassen na was er niets aan de hand. Overigens dachten de buschauffer en de bestuurster van de Smart daar heel anders over. Uit de zware auto kwam namelijk een zeer opgetutte dame op rode hakschoenen. Het liep uit op een ordinaire scheldpartij waar de hele bus inclusief de bejaarden op de voorste rij van mocht meegenieten.

Als ik alle scheldwoorden zou weglaten, bleef er van het gesprek ongeveer dit over:
'Ik had wel dood kunnen zijn!'
'Overdrijf niet! Het zijn maar een paar krasjes. Bovendien had ik voorrang!'
'U moet zich schamen!'
'Het was anders uw eigen fout...'
'Ach man, spring toch de Seine in!'

'Doe het lekker zelf!'

Iedereen dacht dat dit wel even ging duren, maar uit het niets stopten ze met schelden en beende de dame boos weg. De buschauffeur vroeg ondertussen om een pen en noteerde het nummerbord van de Smart. Ik zag de dame in haar auto hetzelfde doen. Met gierende banden reed ze vervolgens weg. Ik vroeg me af of niemand haar even kon vertellen dat ze in een smart reed….


Toen ik op het eind van de middag een bus terugnam, reden we op ongeveer dezelfde plek langs een andere bus. Het was lijn 94 naar Gare St. Lazare met op de zijkant grote reclameposters voor Disneyland Parijs. Ook deze bus had een kleine aanrijding gehad. Nou ja, klein... De hele zijruit lag aan diggelen en Mickey Mouse had een grote deuk in zijn voorhoofd.

Hier geen scheldende bestuurders. Slechts passagiers met een kraag om hun nek. Snel zocht ik naar een dame met rode hakschoenen. Maar ik vond alleen de buschauffeur, die op de brug over de Seine in gesprek was met een politieagent. Zou het dan toch?

zaterdag 19 september 2009

Op weg naar Costa Rica

Ieder die mij zoekt, kan mij binnenkort vinden op het Place de Costa Rica in het 16e arrondissement van Parijs. Nee, dit is geen verhuisbericht. Ik heb het nog prima naar mijn zin op mijn ‘deux-pièce’ in de Rue Margueritte, maar toch zal mijn gezicht verbonden worden met dit pleintje in Parijs.

Het was namelijk op die plek dat ik afgelopen donderdag voorbij werd gereden door een zwarte auto. Bovenop deze wagen zat een paal gemonteerd waarin maar liefst een achttal camera’s hingen. Ik werd gefilmd! Het was onmiskenbaar één van de auto’s die Google (of een van hun concurrenten) gebruikt voor het maken van zogenaamde ‘Street View’ beelden.

Misschien kent u deze functie van de Google Maps website wel? Het is een vrij simpel concept. Alle straten in een stad worden gefotografeerd en online gezet zodat je op de website de straat kan bekijken alsof je er zelf doorheen loopt. In Nederland en Frankrijk is dit nog maar voor een paar steden beschikbaar waaronder Parijs. Maar blijkbaar zijn ze sommige stukken opnieuw aan het fotograferen.

Ik was zelf in ieder geval blij dat ik nog even een kam door mijn haar had gehaald ’s ochtends en een net jasje aan had getrokken. Je zult immers maar net een slechte dag hebben en als een halve zwerver op de foto komen te staan. Voor je het weet krijg je voedselpakketten opgestuurd van mensen die op basis van dit soort foto’s denken dat je wel een extraatje kan gebruiken.


Maar toen ik een dag later langs de Moulin Rouge liep, besefte ik me dat je het nog veel erger kon treffen. Je zult maar net gefilmd worden als je de Moulin Rouge binnenloopt. Of nog erger, als je een sexshop binnenloopt of ergens in een hoekje aan het wildplassen bent. Vermoedelijk krijg je dan per ommegaande alsnog een bekeuring van de politie thuisgestuurd!

Maar brave jongen als ik ben, geen bekeuring voor mij! Al krijgt de politie genoeg tijd om mij te bekijken, want vandaag ben ik nogmaals gefilmd. Deze keer was het in de Rue de Richelieu in het 2e arrondissement. Ze kunnen bij Google duidelijk geen genoeg van me krijgen.

Maar toch levert het een vreemde situatie op. Volgens de website sta ik dadelijk zowel in het 16e als in het 2e arrondissement. Hoe kan je nou op twee plekken tegelijk zijn? En dan tussendoor ook nog even andere kleren hebben aangetrokken?! Bovendien kan ik bewijzen dat ik gewoon in mijn huis in het 17e arrondissement ben, terwijl ik dit stukje typ. Ik ben dus eigenlijk op drie plekken tegelijk!

Ik ga het druk krijgen dus! Maar voorlopig staan de foto’s gelukkig nog niet online. Ik kan dus gewoon nog even genieten van de tijd dat ik gewoon op één plek ben. Die tijd zal ik ook wel nodig hebben om een beetje te studeren. Want tja, Costa Rica, waar lag dat ook weer eens precies? En wat was nou precies de functie van Richelieu?

zaterdag 12 september 2009

de Man met de Mickey Mouse Stropdas

Nu de kredietcrisis is uitgebroken, staan de banken in het middelpunt van de belangstelling. Na maandenlang gebakkelei over de graaicultuur, heeft minister Bos deze week de bonussen aan banden gelegd. Maar ook de banken zelf weten zich van alle kanten begluurd en beginnen op de kleintjes te letten, zo ondervond ik op mijn reis naar Parijs deze week.

Brussel-Midi, Woensdag 9 september 2009 12:00

Ik heb mijn koffers opgeborgen in de rekken en ben met mijn krantje op mijn plaats gaan zitten, als er een zakenman naast mij plaatsneemt. Hij heeft zwartlederen koffertje en draagt een bril die hem een correct en tevens intelligent uiterlijk bezorgt. Verbaasd door deze verschijning, controleer ik snel het bordje boven de deur. Zit ik wel echt in de tweede klasse?

Voorzichtig trekt de man ondertussen het donkergrijze jasje van zijn driedelige pak uit. Je ziet hem om zich heen kijken. Waar laat je zoiets in de tweede klasse? Met de grootst mogelijke voorzichtigheid vouwt hij het jasje en ‘drapeert’ dit tijdelijk op zijn schoot. Door het uittrekken van zijn jasje is er een blauwe stropdas met Mickey Mouse hoofdjes tevoorschijn gekomen, het onvermijdelijke vaderdagscadeau.

Als de trein begint te rijden, komen er documenten uit zijn koffer en leer ik dat hij Vanderkuilen* heet. Hij is verantwoordelijk voor de ‘integratie’ van de Belgische tak van de Fortis Bank in het BNP Paribas concern. Twee telefoontjes later weet ik zelfs dat hij een afspraak heeft met zijn Franse collega’s om te spreken over ‘Long-term investments’ ter voorbereiding van een latere ‘meeting’ in –hoe kan het ook anders – Zwitserland.

Het grijze jasje is ondertussen al minstens drie keer verplaatst van zijn nette plooibroek naar de leuning van de stoel voor hem en weer terug. Ik bedenk me dat het voor een senior in het bankwezen toch ook wel vervelend moet zijn om een stap terug te moeten doen. Je zult maar altijd de eerste klasse gewend zijn en nu opeens tussen ‘het plebs’ moeten gaan zitten.

Opeens krijg je geen krantje meer aangeboden bij het betreden van de trein en ook die lekkere lunch wordt niet langer gebracht. Waar laat je bovendien je jasje? Het is vreselijk! Mijn schok wordt nog groter als uit zijn papieren blijkt dat hij na deze treinrit de metro moet nemen. Lijn 7, en dat is ‘de roze lijn’, zo heeft hij erbij geschreven.

Stel je toch voor! Niet langer met de taxi, maar met de ordinaire metro. Daar sta je dan met je dure pak tussen snotterende kleine kinderen en zwetende huismoeders. En dan denk ik nog niet eens aan alle ongewassen bedelaars die bij je komen schooien. Wie betaalt vervolgens de stoomkosten voor je pak? Heeft daar wel eens iemand over nagedacht!

Wat is de volgende stap? Moet hij soms zelfs zijn schoenen gaan poetsen? Of nee, nog erger, koffie gaan drinken uit een thermoskan? Je doet het toch je beste vrienden nog niet aan! Wat een gêne moet deze man gevoeld hebben met al dit statusverlies.

De tranen rolden bijna over mijn wangen met het besef van het lijden van deze bankier. Was er dan niemand die hem kon helpen in deze harde wereld? Denk toch ook eens aan zijn vrouw! Zij kon hier toch niets aan doen? En iedere avond moet ze hem weer opvangen na al deze vernederingen. Het is een vorm van ondragelijk en uitzichtloos lijden.

Uit medelijden bood ik hem in de loop van de reis mijn krantje aan. Hij bedankte. Wat een schaamte….

* Uit privacy overwegingen heb ik besloten niet zijn daadwerkelijke naam in dit artikel op te nemen.