Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

dinsdag 13 april 2010

Gare du Nord

“Goedemorgen dames en heren. Wij heten u van harte welkom aan boord van deze Thalys met als eindbestemming Amsterdam Centraal. Onderweg zullen wij stoppen in Brussel Midi, Antwerpen Centraal, Rotterdam Centraal, Den Haag Centraal en Schiphol.”

Het was een opgewekte stem die het welbekende Thalys praatje afstak. Ik kon de tekst ondertussen dromen. Na het noemen van stations zou hij de reiziger in vier talen vertellen dat de bar in wagon 4 te vinden is, dat er wi-fi aangeboden wordt en dat het verplicht is altijd je vervoerbewijs bij je te dragen als je je zitplaats verlaat.

Ik luisterde dan ook niet meer, maar werd afgeleid door een oude dame die zich met grote moeite over het middenpad bewoog. Je hoefde geen dokter te zijn om de diagnose obesitas te stellen. Terwijl de vrouw stap voor stap zette, zich vastgrijpend aan iedere steulleuning die binnen haar bereik lag, foeterde ze op een man die ik 25 jaar jonger schatte en voor haar liep. Deze man wiens haar aan de slapen grijs was, verdiepte zich in de tickets. Ik besloot dat het haar zoon was.

‘Dames en Heren, we vragen nog eenmaal uw aandacht.’, klonk er uit de speakers boven mijn hoofd. ‘Wegens een gebrek aan personeel zal deze trein 10 tot 15 minuten later vertrekken.’ Teleurstelling klonk in de coupé. Alleen de dikke vrouw en de man die haar vergezelde leken niets te horen. Ze waren nog altijd flink in discusssie.

Het luidruchtige tweetal hield ongeveer naast mijn stoel stil. De man bracht de kaartjes steeds dichterbij zijn bril waarin een tweetal bolle glazen zat geklemd, totdat de dikke dame de papieren uit zijn hand trok. ‘Laat mij eens kijken!’ en ‘Hou jij de koffer eens vast!’, schalde door de coupé.
Ondertussen had er zich een hele rij gevormd achter de dikke dame. Een tiental medereizigers zag de weg naar hun stoelen geblokkeerd door het forse lijf van de vrouw. Maar ze trok zich nergens wat van aan en bekeek uitgebreid de kaartjes en de nummers die boven de stoelen hingen.

Met een zachte warme stem sprak ze mij vervolgens aan. Ik was verrast dat een keel waar net nog schelle boze klanken uit waren gekomen, zo kon veranderen binnen een fractie van een seconde. ‘Monsieur.’ (dat was ik) ‘Zou u het erg vinden om met mijn zoon van plaats te ruilen? Dan kan ik naast hem zitten.’

Ik voelde alle blikken op mij gericht. De vrouw die mij toelachte, de grijzende zoon die me wat beteuterd aankeek en de rij mensen in de gang die zich afvroegen hoelang dit nog ging duren. Zo snel mogelijk stond ik dan ook op en liet ik weten dat ik graag zou ruilen.


Maar hoe snel ik dan ook opgestaan was, dat was voor de dame geen enkele aanleiding om zelf ook snel te gaan zitten. Ze begon een woordenwisseling over wie de raamplaats zou krijgen. Zoonlief was namelijk al bij het raam gaan zitten, maar moest weer opstaan om plaats te maken voor de dame. Het was nog niet alles: ‘Zet die koffer op het rek, ik kan met mijn rug niet tillen.’.

De rij in het gangpad liep ondertussen tot aan de ingang van de coupé. Waar de wachtenden eerst nog wat voorzichtige kuchgeluiden maakten, werd nu met iets te harde stem – zodat de vrouw het kon horen – gezegd dat sommige mensen wel erg veel tijden nodig hadden om te gaan zitten.

Toen dit uiteindelijk dan ook gebeurd was en ook de anderen hun plaats konden zoeken, was het alleen nog wachten op de missende personeelsleden. Zodat de trein daadwerkelijk kon gaan vertrekken.

Ongeveer 15 minuten na de geplande vertrektijd, zag ik door het raam opeens een man over het perron rennen. Hij droeg het pak dat alle werknemers van de Thalys dragen en was op weg naar de voorkant van de trein. Ook de dikke dame die nu voor me zat, was het opgevallen.
‘Ongelooflijk dat iemand zoveel mensen op zich laat wachten.’

Ik richtte mijn blik op haar zoon om te zien hoe hij hier nou op zou reageren. Maar hij had het niet gehoord, hij had zijn oordopjes ingedaan en zat naar muziek te luisteren. Ik moest lachen. Hij had gelijk. Dus toen een minuut later de trein zich in beweging zette, had ook ik twee dopjes in mijn oren.

maandag 23 november 2009

Kort bericht

De berichtgeving via dit blog is tijdelijk gestaakt omdat ik helaas zonder internetverbinding zit. In afwachting van het herstel van deze verbinding, wil ik alvast laten weten dat ik 19 december tot en met 3 januari in Nederland zal zijn.

zondag 30 augustus 2009

Spoorboekje

Een kort bericht nu ik terug ben van mijn vakanties. De komende week zal ik hier een paar indrukken uit deze vakanties plaatsen. Verder wil ik vooral even laten weten dat ik op 9 september aanstaande de trein weer naar Parijs zal nemen. Tot die tijd ben ik in Nederland.

donderdag 6 augustus 2009

Meneer Smalbeen in Nederland

Meneer Smalbeen was weer thuis. Ik had hem maanden niet gezien maar een paar weken geleden stond hij opeens met zijn zwarte koffer voor de deur. Hij droeg een spijkerbroek en een gestreepte trui die ik nog nooit gezien had, maar ik herkende hem aan zijn bruine schoenen.

Snel besnuffelde ik de bruine stof en bemerkte een doordringende lucht die zijn weg naar buiten probeerde te banen. Als hij zijn tenen bewoog kwam er opeens een golf door de poriën naar buiten. Ik wist dat de lucht zou komen, maar toch bleef ik ruiken. De gaten in de zijkant van de schoen waren nog steeds niet gerepareerd. Ik probeerde mijn poot erdoor naar binnen te steken en werd toen door Smalbeen opgemerkt. Hij beloonde me met een aai over mijn bol.

Smalbeen heette Smalbeen, omdat hij smalle benen had. Hij wilde altijd dat je bij hem op schoot kwam zitten. Maar als je daar zat, moest je altijd uitkijken dat je niet van zijn benen afgleed. Ik probeerde het altijd te ontlopen. Maar als hij me heel lang bleef roepen, ging ik wel eens bij hem zitten. Ik vond het zielig als hij de enige was waar ik nooit bij ging zitten. Bovendien aaide hij me altijd zo lief.

Smalbeen was net als alle andere mensen. Hij liep altijd in de weg als je net lekker bezig was. Zo ook deze week. Ik had in de verte een indringer gezien in mijn gebied. Het was een wonderlijk klein beest dat uit de lucht was komen vallen, het blaadjesbeest! Ik noemde het ding zo omdat het leek te bestaan uit twee oranjebruine blaadjes die hij steeds heen en weer bewoog.


Ik besloot het blaadjesbeest te vangen. Misschien smaakte het wel erg lekker? Stilletjes had ik dus mijn jachthouding aangenomen. Stapje voor stapje sloop ik dichterbij en net voordat ik de laatste sprong wilde nemen om het blaadjesbeest te vangen, kwam Smalbeen aanlopen met een ijzeren monster. Het monster stoof over het gras en hakte alle sprietjes doormidden. Het blaadjesbeest schrok hiervan en verdween weer in de lucht.

Boos liep ik op Smalbeen af en ik slaakte een klagelijke mauw. Hij had toch even kunnen wachten totdat ik het blaadjesbeest gevangen had. Waarom moest hij precies nu alle grassprietjes doden? Ik ging midden voor het ijzeren monster stilstaan. Smalbeen hield stil en tilde me op. Nadat hij me op het pad weer neerzette, was daar weer die aai over mijn hoofd.

Mensen denken dat ze alles goed kunnen maken met een aai over het hoofd. Vaak maken ze daarbij ook allerlei geluiden, waar ik niks van begrijp. Ze roepen dingen als ‘poes’. Ik mauw wel eens wat terug, maar ook dat begrijpen ze niet. Ik vraag me soms af of ze elkaar wel begrijpen. Ik heb een mens nog nooit een soortgenoot een aai over het hoofd zien geven.

Smalbeen stoort mij wel altijd met een aai over mijn hoofd. Zelfs als ik me zit te wassen. Net als ik met mijn tong al mijn haren zorgvuldig in model heb gelegd, gaat hij er met zijn een hand door heen. Ik kan dan weer van voor af aan beginnen. Ik heb liever dat hij me krabbelt. Vooral in mijn nek, daar kan ik zelf niet goed bij. En juist in mijn nek heb ik altijd jeuk. Het is om gek van te worden.

Vanochtend stond de zwarte koffer weer voor de deur. Ik snuffelde aan de randjes, toen ik opeens de geur van de bruine schoenen weer dichtbij rook. Ik keek achter me en zag Smalbeen. Zou hij weer weggaan? Ik had liever dat hij nog even bleef en in mijn nek krabbelde. Ik zou zelfs wel wat vaker bij hem op schoot gaan zitten. Ik mauwde vragend, wat ga je doen?

Hij aaide me over mijn hoofd en zei wat tegen me over ‘Rome’. Wat dat dan ook moge betekenen. Daarna draaide hij zich om, pakte zijn koffer en liep de deur uit. Vlakvoor de deur in het slot viel, zag ik nog het gat in zijn bruine schoenen. Als ik Smalbeen terugwilde vinden, hoefde ik slechts mijn neus te volgen.

dinsdag 28 juli 2009

Wat zullen we feesten, 7 dagen lang!

Wat zullen we feesten, 7 dagen lang! Dat was de boodschap ruim een week geleden op weg naar het centrum van Nijmegen voor de jaarlijkse vierdaagsefeesten. Het programma was dan wel niet bijzonder, toch gingen we met goede moed de mensenmassa in. Er is immers niets idealer dan een feestweek om iedereen in Nederland weer eens te zien!

En zo stond ik zaterdagavond op de Waalkade mee te brullen met Wolter Kroes’ Viva Holandia, een hit die ik vorige zomer zo goed had weten te ontlopen door mijn verblijf in Spanje. Maar Wolter had er zin in en het publiek schreeuwde vrolijk mee. Zelf heb ik nog de hele nacht liggen dromen van overvliegende bierglazen die een klevend spoor in mijn haren achterlieten.

Een deja-vu ervaring had ik dan ook toen ik de volgende avond bij de Sjonnies stond en een regen van het brouwsel op mijn hoofd en schouders landde. Het was nog maar een voorproefje van alle gewone regen die ik later die avond en de rest van de week nog over me heen zou krijgen.
Het werd een leuke avond; de Sjonnies leverden een standaard show en kregen het hele plein aan het zingen en dansen. Bonnie St. Claire leverde een standaard show en kreeg een glas bier in haar gezicht.


De avonden die zouden volgen, stonden in het teken van regen en matige artiesten. Iets dat ik me ten volle besefte toen ik donderdagavond bij ‘headliner’ Boris stond. Om me heen stond het echte ‘Idolspubliek’. U kent het wel, permanentjes en bierbuiken die bij hoge uitzondering de TV hadden verruild voor een avondje uit.

En nadat ik eerder op de avond ex-idol Nikki al Michael Jackson-klassieker Beat It had horen verkrachten, sprongen de tranen in mijn ogen bij de danspasjes van Boris. De zelfbenoemde Jackson-specialist zal toch nog een beetje moeten oefenen voordat hij de onnavolgbare bewegingen van de meester zelf kan opvoeren. Ondertussen vroeg ik me af waar de originaliteit was gebleven.

Was het dan allemaal malheur? Nee hoor, de regen en de muziek konden mijn vierdaagsefeesten niet bederven. Het was gezellig om met mensen door de stad te lopen die ik het afgelopen jaar heb moeten missen. Met de sfeer zat het bovendien wel goed op een aantal bekende plekken.

Bovendien was er op de woensdagavond toch nog een muzikaal hoogtepunt te vinden in de stad. In de St. Stevenskerk trad Moke op, dat wil zeggen de kern van de band (3 van de 5 leden) met een kwartet van strijkers. De bekende nummers dus op een bijzondere manier en in een bijzondere setting uitgevoerd en dat leverde een paar pareltjes op.

Vooral het slotnummer van de setlist ‘the Long Way’ werd door de strijkers veel intenser dan het origineel. Bij andere nummers was de inbreng van de strijkers minder en miste ik toch echt de drummer, die was thuisgebleven. Toch was het geheel een geslaagd experiment. Tevreden liep ik woensdagavond de kerk dus uit, de regen tegemoet…

donderdag 8 januari 2009

Korte update

Ik had beloofd geen berichtjes te schrijven totdat ik in Frankrijk terug zou zijn. Helaas, ik ga me er niet aan houden. Soms is het gewoon even tijd om de geheugens op te frissen en de voortgang te melden. Hierbij een kleine update....

Allereerst natuurlijk de tentamens. U weet het nog? 9 tentamens, 6 vakken, 1 week.
Vandaag kreeg ik het goede nieuws, ik heb mijn semester gehaald. Ik heb voor 5 van de 6 vakken een voldoende gehaald en daarmee kan ik mijn ene onvoldoende compenseren. Ik heb dus gelukkig geen herkansingen!

Ten tweede de mogelijke nieuwe kamer. Het is ondertussen zo goed als zeker dat ik de kamer krijg. De precieze datum dat ik kan verhuizen is nog niet bekend en krijg ik eind januari te horen, als ik ook het huurcontract onderteken. Wordt vervolgd dus.

Tot slot (om het deze keer bij een kort berichtje te houden) wil ik nog even melden dat ik 19 januari weer naar Frankrijk vertrek. Nog dik 10 dagen dus om te genieten van erwtensoep, frikandellen, drop, satésaus en natuurlijk -als ik nog een gaatje kan vinden tussen het eten door- al die lieve mensen om mij heen!

vrijdag 19 december 2008

Anoniempje

Mijn naam is Jeroen, hier in Frankrijk Jerôme en een enkele keer Jeroo-en, maar deze week mocht niemand dat weten. Ik schreef op ieder antwoordvel mijn naam, geboorteplaats, geboortedatum en handtekening (ja-ha, ik ben het echt) in de rechtbovenhoek. Daarna heb ik die hoek dubbelgevouwen en dichtgeplakt met de bijgeleverde plakrand.

Anoniem dus, zodat de docent die het nakijkt niet wordt beïnvloed door de naam die boven het tentamen staat. Pas later op het secretariaat worden de hoekjes opengemaakt en de cijfers aan de namen gekoppeld. Maar mijn anonimiteit is helaas verloren gegaan. Dat zit zo, ik moest de tentamens in het Frans maken. Moet ik nog verder uitleggen….?



Anoniem of niet, 9 tentamens heb ik deze week gemaakt en geloof het of niet, ik heb er een goed gevoel over. Ik heb geen enkel tentamen echt verknald, dat durf ik wel te zeggen. Feit is natuurlijk dat ik niet bekend ben met de Franse leraren, dus dat ik niet weet hoe streng ze zijn. En dat kan met mijn camping-frans nog wel eens vervelend zijn.

Toch vond ik het wel zwaar om in 1 week 9 tentamens te maken. Je bent de hele dag bezig en dan wil je ’s avonds nog de volgende dag voorbereiden. Nou had ik woensdagavond ook nog een stroomstoring, dus zat ik ‘gezellig’ bij kaarslicht mijn stof te herhalen. Als dat niet romantisch is…. Parijs wordt niet voor niks de Cité d’Amour genoemd, zullen we maar zeggen.




Hoe dan ook, gelukkig bestond 1 van de 9 tentamens deze week uit het vak Engels. Ik ging hier natuurlijk met het volste vertrouwen naartoe en niet alleen ik, vele Fransen met mij. Dat wil zeggen, ze hadden allemaal vertrouwen in mij. Dus kon ik in het midden van de collegezaal gaan zitten, zodat de twee rijen achter mij lekker met me mee konden schrijven.

Misschien moet ik toch nog eens terug naar het gym om mevrouw Bongaerts persoonlijk te vertellen dat het wel meevalt met mijn Engels. Tenminste, dat zeggen ze hier. Ik ben er in ieder geval blij mee, want dat betekent dat ik een goed punt voor Engels kan gebruiken om een minder goed punt ergens anders op te halen.

Maar de tentamens zitten er gelukkig op en de koffer is gepakt, want morgen vertrekt de trein naar Nederland. Ik ben dan in de lage landen voor de duur van drie weken. Misschien wat langer afhankelijk van mijn resultaten voor de tentamens en wat perikelen rond een nieuwe kamer. Jawel, ik ga uit de bezemkast komen, het moest er toch eens van komen….

Het is nog niet 100% zeker, maar waarschijnlijk ga ik twee deuren verder wonen op een kamer die ongeveer twee keer zo groot is als degene die ik nu bezet. Maar goed, u moet het nog even niet doorvertellen zolang het niet zeker is. De wekelijkse berichtgeving op dit blog wordt in ieder geval gestaakt tot het moment dat ik weer in Frankrijk ben. Tot die tijd hoop ik weer wat lezers in levende lijven te zien. Voor nu wens ik iedereen

Feestelijke Kerstdagen
en een weergaloos 2009


vrijdag 28 november 2008

Ontmoeting met een Chinees



‘Waarom dragen Nederlanders van die houten schoenen?’
Ik schiet in de lach.
‘Klompen?’
Ik kijk naar mijn schoenen (die vies zijn overigens). Zou hij nou denken dat ik in Nederland op klompen loop? Maar even uitleggen dan dat ze bijna niet meer gedragen worden dan? Ik kan hem natuurlijk ook in de waan laten.
Ik glimlach nog eens en leg het hem dan toch maar uit.

“Je hebt toch ook zo’n bloem in Nederland?
“De Tulp?”
Hij kijkt me moeilijk aan.
“C’est Tulipe en français.” (basiskennis)
“Die hebben ze toch ergens op van die grote velden, heel mooi, waar iedereen komt kijken.”
“De Keukenhof!”, Ik schiet weer in de lach.
Ik moet hem toegeven dat ik nog nooit in de keukenhof ben geweest. “C’est pour les touristes!”
Maar hij is al bezig met de volgende vraag.

"Welke taal spreken ze in Nederland?"
"Nederlands"
"O."
Een korte stilte volgt, daar had hij niet op gerekend. Zijn verbazing doet mij weer glimlachen.
“Hoe zeg je Bonjour in het Nederlands?"
“Goedendag” (ook basiskennis) “Maar meestal zeggen we gewoon hallo.”
“In het Chinees is het ‘Ni Hao’ ”

We krijgen gezelschap van een Chileen, dus ik zeg:
“Buenos Tardes” (Spaans kennis)
Hij lacht als teken van herkenning en antwoordt “Que Tal?”.
De Chinees kijkt verbaasd en vraagt welke talen ze in Chili spreken. Ze zijn sneller uitgepraat. De Chinees kent geen typisch Chileense dingen die gelijk zijn aan klompen en tulpen.



Wat bestaan er toch mooie beelden van Nederland in het buitenland. En het is wel eens leuk om te worden aangesproken op de klomp en de tulp. Is tenminste weer eens wat anders dan de basisonderwerpen van de Fransen:
“Jij rookt zeker ‘Marijuana’? “
“Nee”
“Tuurlijk, dat zeggen ze allemaal!”

Of

“Kom je uit Amsterdam?
“Nee, uit ‘Nimègue’. ”
“Nog nooit van gehoord.”

Of

“Is ‘Hollande’ hetzelfde als ‘Les Pays-Bas’ dan?”
“Ja, tenminste zo ongeveer, Holland is een regio van Nederland.”
“ Ohw. Ik dacht altijd dat dat twee verschillende landen waren.”



Ik ben ontheemd in het beeld dat hier bestaat van de Nederlander. Ik voldoe er totaal niet aan. Ze verwachten een blonde bos haar en helblauwe ogen. Iemand die veel bier drinkt (in plaats van de Franse wijn) en rookt.

Er is gelukkig wel één vooroordeel waar ik aan voldoe. Ik spreek goed Engels en dat doen alle Nederlanders volgens de Fransen. Dat ik jarenlang moeite heb gehad met Engels op de middelbare school, dat vertel ik ze maar niet. Bovendien zit ik hier in Frankrijk bij het vak 'Engels' in de beste werkgroep, dus ze merken het toch niet. (hun gemis aan basiskennis)

Ondertussen begint Parijs in kerstsferen te geraken, de lampjes branden door de hele stad. De Fransen zijn in afwachting van 'Père Noël' (jawel, de kerstman) en de lichtstad toont zich op zijn best. Binnenkort nog wat meer foto's. Voor nu: Bon week-end à tous!

dinsdag 1 april 2008

de Koffer

Het zijn gekke dagen. Terwijl ik dit schrijf, lig ik op een matras op de grond op mijn kamer. Afgelopen zondag heb ik namelijk mijn spulletjes, zoals mijn bed, verhuisd. Wat rest is een lege kamer en een koffer. Hierin veel kleren en andere dingen die mee gaan haar het warme zuiden (ja ja, het is er nu ruim 25 graden).

Maar de afgelopen dagen heb ik mijn koffer nog verder kunnen vullen door een stel geweldige collega's, familieleden en vrienden. Niet met spulletjes, maar met mooie momenten en herinneringen. De aandacht die ik heb gekregen en is overweldigend en strelend. De ene dag is nog leuker dan de ander. Zo was ik vrijdag in dag met Linde in Amsterdam, zaterdag werd ik in het zonnetje gezet bij AH en 's avonds mijn laatste thuiswedstrijd bij NEC en zondag ging ik uit eten met een paar vrienden.

Nu wil ik niet weer gaan uitwijden over hoe gek het is dat alles de laatste keer is. Maar toch kan ik niet anders dan er even aandacht aan te besteden. Ik vind het namelijk geweldig hoe ik de afgelopen dagen in het zonnetje ben gezet en ik wil iedereen daar dan ook voor bedanken! Jullie zijn top! Ik ga jullie missen.

Maar de klok tikt verder... De koffer moet niet alleen gevuld met mooie herinneringen, maar ook met praktische dingen. Zaterdag om 17.00 vertrekt het vliegtuig naar Sevilla, vanwaar ik verder reis met de trein naar Cadiz. Ik zal gaan wonen in een plaatsje dat vlakbij Cadiz ligt genaamd Puerto Real. Dit is dichterbij de faculteit waar ik onderzoek ga doen, dan Cadiz zelf. Mijn adres daar is:
Calle San Antonio de Padua 27, Esc.1, Piso 2ºD
11510 Puerto Real (Cádiz)

Ik weet niet zeker of ik op mijn nieuwe thuisadres een fatsoenlijke i-net aansluiting heb. Maar op de faculteit is dit in ieder geval wel goed geregeld. Ik zal dan ook zeker via deze blog, maar ook via hyves en e-mail contact houden met Nederland. Via de telefoon zal ik niet bereikbaar zijn, aangezien ik niet van plan ben om voor drie maanden een Spaanse SIM-kaart aan te schaffen. Wil je me toch spreken? Ik ben via skype te vinden op gebruikersnaam: jeroendebaaij.

Verder kan ik hier melden dat ik voor de reiswebsite van de Volkskrant wekelijks een stukje zal schrijven. Ik sta vanaf komende week als reiscorrespondent genoteerd. De stukjes voor de Volkskrant zullen beschrijvingen worden van plaatsen en belevenissen voor het grote publiek, met reistips en veel informatie. Dit in tegenstelling tot mijn stukjes hier op deze blog die veel persoonlijker van aard zullen zijn. Mijn bijdragen voor de Volkskrant website zijn te vinden op het volgende adres:
http://jeroendebaaij.volkskrantreizen.nl.

Dit was het voor nu, ik ga verder met het vullen van mijn koffer. Mijn eerst volgende bijdrage zal gepost worden vanuit Spanje!

zaterdag 1 maart 2008

Afsluiten en afbouwen

5 april is een dag die heel belangrijk is geworden. Rood omcirkeld in mijn agenda is het de dag geworden waar ik naartoe leef. Onderweg naar die dag sluit je vanalles af.

Het is af en toe een beetje morbide gevoel. Maar alles wordt een laatste keer. Het laatste vak op de universiteit, de laatste dagen bij Albert Heijn, het laatste tentamen, het laatste werkstuk, de laatste thuiswedstrijd van NEC. Het is erg vreemd om al die dingen af te sluiten, terwijl je nog niet eens zeker weet voor hoelang je weg gaat. Misschien kan ik volgend jaar wel helemaal niet naar Frankrijk en loop ik weer gewoon Nijmegen rond. Het blijft een vreemd gevoel.

Toch ben je langzaam bezig om alles af te bouwen en af te sluiten. In principe is het laatste tentamen niet anders dan enig ander tentamen, maar omdat je er persoonlijk veel meer lading aan geeft wordt het toch belangrijk. Zo is het met alles het besef waarmee je dingen doet, dat groeit. Daardoor worden kleine dingen belangrijk en ga je daar meer van genieten. Een bizar gevoel soms.

De komende week ga ik beginnen met het inpakken van mijn spulletjes. Mijn hele kamer moet leeg! Hiermee zal ik ook mijn tijd in dit huis afsluiten en waarschijnlijk weer veel herinneringen tegen komen. Ondertussen probeer tussendoor tijd door te brengen met iedereen die me lief is, zodat ik iedereen nog een keer gesproken en gezien heb voor ik weg ga.

Stap voor stap komt 5 april dichterbij. Een nieuw begin lonkt....