zondag 31 mei 2009

Ik heb een buurvrouw uit Marokko en ze komt

Ik heb een buurvrouw uit Marokko en ze komt, of liever gezegd ze kwam. Afgelopen dinsdag was het zover. En ik wist zelf dus helemaal niet dat ik één buurvrouw uit Marokko had. Ik was op de hoogte van buren uit Tsjechië, Spanje, Guatemala, Frankrijk, Portugal en ‘ex-buren’ uit Zwitserland en Italie, maar niet van een Marokkaanse buurvrouw.

Hoe dan ook, afgelopen week was het hele zooitje bij elkaar op het zogenaamde ‘Fête des voisins’ ofwel ‘het Feest der Buren’. Nou ja, allemaal, dat wil zeggen alle genoemde internationale bewoners en ex-bewoners van de 6e etage en 3 andere mensen uit het gebouw die tevens de huisbazen zijn van de kamers op de 6e verdieping. O ja, en natuurlijk mijn Portugese huismeester en zijn gezin.

De rest van het gebouw voelde zich te goed voor een feestje met die studenten van de 6e. En dat was zonde, want wat is er weer veel te eten. Vooral uit de Portugese hoek was er weer uitgepakt. Tot ieders tevredenheid want wat kan dat mens koken. Heerlijk! Ikzelf had met een simpele ‘Fondant au Chocola’ mijn bijdrage geleverd.

Ook was er weer genoeg te drinken overigens. En ook hier was ik weer blij met de Portugezen, want ze nemen altijd een heerlijke witte wijn mee, waarvan ik nog altijd een keer moet vragen waar je die kan kopen. Fijn is ook dat de wijn over het algemeen een positieve invloed heeft op mijn Franse taalgebruik, waardoor ik zowaar ad rem leek te zijn.



Maar goed, terug naar de Marokkaanse buurvrouw. Ze bleek op de 2e etage te wonen. Hier lag inderdaad bij de deur een groene mat met daarop de tekst ‘Staupe, c’est ici!’. Maar nog nooit had ik de behoefte gehad bij deze mat daadwerkelijk te stoppen en de mat als mijn eindpunt te beschouwen. Ik kende haar toen immers ook nog niet.

Ze woont dus op de 2e etage en ik heb vooral contact met mijn ganggenoten op de 6e verdieping. U weet wel, die verdieping waar alleen een trap naartoe gaat, zodat je naar adem happend en zweet gutsend boven komt. Het is dan ook uit een soort gedeelde smart dat wij op de 6e verdieping elkaar veel spreken.

Haar ‘klacht’ dat wij het maar gezellig hadden met z’n allen op de 6e verdieping, terwijl zij alleen op de 2e zat, werd dan ook meteen van tafel geveegd. ‘Jij hoeft niet 6 trappen op!’ Een ruil werd dan ook snel voorgesteld met als gevolg dat wij met zijn 6’en op een kamertje op de 2e verdieping zouden te komen wonen en mijn Marrokaanse buurvrouw in haar eentje op de 6e verdieping.

Omdat ze dan weer alleen zou zitten, is de ruil op het laatste moment toch maar afgeblazen. En dus liep ik tegen twee uur ’s nachts toch weer die 6 trappen op. Toen ik langs de groene deurmat kwam, voelde ik opeens de neiging een melodietje te fluiten. Wat hield me tegen? De buren waren toch nog wakker (behalve degenen die zich te goed voelden). En dus kwamen de eerste tonen uit mijn mond en in mijn hoofd zongen alle buren mee!

zaterdag 23 mei 2009

22

Ieder jaar is het weer onvermijdelijk. Er komt een dag waarop je jezelf een jaar ouder mag noemen en voor mij kwam die dag afgelopen zaterdag. 22 jaren mag nu achter mijn naam zetten. Volgens de wikipedia wordt 22 geassocieerd met harde werkers. Ikzelf houd het toch bij 2x gek (11) of vooral het definitieve afscheid van de tienerjaren. U snapt het, een hele leeftijd ;)

Tijd voor taart! Helaas is het niet mogelijk u allemaal via de digitale snelweg een stukje te bezorgen, anders had ik dit uiteraard gedaan. Toch stond ik afgelopen weekend in mijn keukentje een taart te bakken. Gewoon een simpele appeltaart, maar mijn Franse collega’s waren wild enthousiast. ‘Exquis!’ of ‘Super bon’ en ik zelf maar denken dat mijn moeder het toch echt beter kon. Maar dat wisten zij niet.

Ook bleven ze maar vragen of er kaneel inzat. Ja mensen, in mijn appeltaart zit kaneel, zo’n vreemde combinatie is dat toch niet? Overigens vonden ze op het lab helemaal niet dat ik oud geworden was. ‘Bébé’, werd er gezegd toen ik vertelde dat ik 22 werd. Een baby bakt niet van die lekkere appeltaarten, was mijn verweer. Dat werd beaamd, maar toch was ik een baby.

Nu de tienerjaren steeds verder uit het zicht verdwijnen ga je de gekste dingen proberen om je toch nog jong te voelen. Voordat je het weet ben je immers oud, of nog erger, degelijk. Het is dus een zaak om in kringen te komen van mensen die nog ouder of vooral degelijker zijn dan jijzelf.



Zo vond ik mezelf afgelopen zondagmiddag terug in een klein zaaltje tussen allemaal mensen met grijze haren. Er zaten mannen met wandelstokken en prachtige Franse hoofddeksels samen met hun vrouwen die voor de gelegenheid netjes gekleed waren. Stiekem zat ik erop te wachten dat één der dames de breinaalden uit de tas zou pakken, maar helaas gebeurde dat niet.

Hoe ik hierin verzeild was geraakt? Nou dat zit zo, ik was bij één van mijn zwerftochten terecht gekomen bij een kapel aan de rand van de stad. Ooit was deze gesticht toen een Franse kroonprins in één verkeersongeluk met zijn koets om het leven was gekomen. Bij de ingang van deze gedenkkapel hing een bordje dat er een kwartier later een concert zou beginnen.

Dat liet ik natuurlijk niet aan me voorbij gaan. En dus zat ik tussen de plaatselijke oma’s en opa’s te luisteren naar een prachtig concert van cello en piano. Ruim een uur lang werd ik bedolven onder de mooiste melodieën van onder meer Bach, Chopin en Lully. Het applaus werd iedere keer luider en langer. En ik voelde me steeds jonger en jonger.

Sterker nog, het is me zo goed bevallen dat ik heb besloten dat ik dit vaker moet gaan doen. Volgende week kunt mij dus verwachten bij de plaatselijke bridge vereniging. Ook heb ik me inschrijven bij de handwerkclub. Maar het meest verheug ik me op een potje Pétanque in de schaduw van de bomen aan de rand van het park.

zaterdag 16 mei 2009

Stoelendans

Langzaam komen de eerste regendruppels naar beneden in de Rue de Rivoli, als ik met Jonathan voor een restaurantje sta. ‘Heb jij geld?’ Het antwoord is negatief, maar toch lopen we naar binnen. Achter ons springt het stoplicht op groen en trekken de auto’s met bedruppelde voorruiten op. Het geluid sterft weg als de deur van het restaurant achter ons dichtslaat.

Een ober die netjes gekleed is in een zwarte broek en een wit overhemd kijkt ons vriendelijk aan. ‘Manger pour deux?’ Ik geef een bevestigend antwoord en hij wijst ons de weg. Een minuut later zitten we aan een klein tafeltje boven aan de trap met een kaart voor onze neus. Maar de kleine kaart die we buiten hadden bekeken is nergens meer te vinden.

Beteuterd keken Jonathan en ik elkaar aan. We hadden na uitgebreid vergelijkend warenonderzoek immers niet voor niets dit restaurantje gekozen. Een blik op het raam leerde dat het buiten nu echt aan het regenen geslagen was. Ook het lege gevoel in onze magen zorgde voor een voorkeur om binnen te blijven.

De zo proper geklede ober was echter in geen velden of wegen meer te bekennen. Het enige uitzicht dat we hadden was een witte bloem die zijn kopje had gebogen en een beetje treurig uit een glaasje water stak. Jonathan en ik maakten van de tijd gebruik om nog even het programma voor de rest van de dag door te nemen.



Toen dan uiteindelijk toch een man in een wit overhemd bij onze tafel kwam, bleek dat we alleen beneden van de kleine kaart konden eten. En dus daalden we de trap weer af om beneden aan een willekeurig tafeltje weer plaats te nemen. Ook hier een witte bloem, deze keer bijna uitgedroogd in een zielig laagje water. Toen de kaart gebracht was, konden we eindelijk onze keuze maken.

Tenminste, dat dachten we. Want toen het puntje bij paaltje kwam en de ober onze bestelling wilde opnemen, bleek dat we opnieuw verkeerd zaten. Aan deze tafel kon alleen gedronken worden. Voor het op de kaart vermelde eten, moesten we een paar tafeltjes verderop aan de andere kant van de bar gaan zitten.

En zo zaten we even later aan een tafeltje dat er precies hetzelfde uitzag als het vorige, met precies dezelfde kaart voor onze neus en weer een witte bloem. Fier stak hij boven het water uit met helder witte blaadjes en meeldraden waarvan het stuifmeel op de tafel was gevallen. Een nieuwe ober nam uiteindelijk onze bestelling op en zo konden onze magen toch nog gevuld worden.

Terwijl we zaten te wachten op het eten, kwam er een verdwaalde bij op onze tafel afvliegen. Vol overgave stortte hij zich op de witte bloem. Ook ons eten werd nu gebracht en zo dineerden we gezamenlijk. Ik, Jonathan en de bij. Toen onze magen gevuld waren, bracht de pinpas oplossing voor de betaling. De bij was allang weer vertrokken, toen wij het geluid van de auto’s weer indoken. Op weg naar het Louvre.

zaterdag 9 mei 2009

Hoe Dalida mijn filmcarrière begon

Als schrijver van blogs, hier en op andere plaatsen, krijg ik vaak leuke reacties. Buiten dingen als ‘Je was een dag te laat!’ komen er soms ook hele bijzondere mailtjes binnen. Zo ontving ik een paar maanden geleden een mailtje van een Vlaamse regisseur. Hij was bezig met de voorbereiding van een aantal filmpjes over de Franse zangeres Dalida voor een theatershow.

Op één van mijn andere internetonderkomens had ik ooit een stukje geschreven over Montmartre en de plaatsen waar Dalida te vinden was. Hij vroeg dan ook of ik hem wilde rondleiden door de stad. Twee weken geleden was het zover en blijkbaar vond hij dit zo’n succes dat hij me vroeg of ik ook bij de opnames zou willen zijn....

En dus liep ik 2 dagen lang met een regisseur, een cameraman, een presentator en een uitvoerend producent langs de sporen van Dalida in Parijs. Al snel bleek dat het ook een tocht langs restaurantjes zou worden, want de maag moest wel gevuld zijn natuurlijk. En zo verbonden wij het noodzakelijke met het aangename.


Ik was overigens niet alleen een gids door de stad. Volgens hen was ik een teamgenoot, volgens mijzelf een manusje-van-alles. Kwaliteiten waarvan ik zelf niet wist dat ik ze had, kwamen in mij boven. Zo wist ik de autocue te bedienen op ongekend niveau, al denkt presentator Jo de Poorter daar ongetwijfeld anders over. Tja, een beginneling moet nou eenmaal even oefenen.

Daarnaast heb ik met schermen lopen hannesen om het licht een beetje mooi te weerkaatsen op het gezicht van Jo. Al was de cameraman Hans de Bauw zo vriendelijk om mij zo te corrigeren in de positie van het scherm, dat hij ook daadwerkelijk nog wat aan mij had. Ach ja, mijn ervaring in de belichting is nou eenmaal redelijk beperkt.

Vooraf had ik geregeld dat filmploeg het graf van Dalida kon filmen vanaf het terras van een hotel aan de rand van de begraafplaats. Maar toen regisseur Lieven Debrauwer de plek zag, ging hij persoonlijk de hotelkamers af om een betere plaats te zoeken. Door Nederlanders werden we uiteraard weggestuurd, maar gelukkig waren er vriendelijke Duitsers waardoor we toch nog juist dat ene shot konden opnemen.

Wie nu denkt dat de filmploeg werkelijk helemaal niets aan mijn hulp heeft gehad, is de uitvoerend producente Renée Paton vergeten. Filmtechnisch mag ik dan een beginneling zijn, regelen kan ik prima. En dus heb ik hotelkamers omgeboekt, bloemen gekocht die op het graf van Dalida werden gelegd, toekijkend publiek op afstand gehouden, toestemming voor filmen gevraagd en werd ik zelfs geschikt geacht om te helpen met het sjouwen van de spullen.

Het waren mijn eerste stappen in de wereld van de film en waarschijnlijk ook mijn laatste. Al weet je natuurlijk nooit of er nog eens een cameraploeg een persoonlijke gids door Parijs wil hebben. De premiere staat in ieder geval gepland op 24 mei in het Antwerpse fakkeltheater. En met een beetje geluk ben ik erbij.

zaterdag 2 mei 2009

Ten Grave

Nederland heeft vakantie en dus zit Parijs vol met Nederlanders. Je kunt in de stad geen stap meer zetten zonder ze te herkennen en ook in de metro hoor je constant Nederlands om je heen. Zelfs voor mijzelf was het een Nederlandse week, want de afgelopen week ben ik volop bezocht. Ik heb geen avond alleen hoeven door te brengen, want van maar liefst drie verschillende kanten kwamen er mensen naar Parijs.

Zo was Birgitta een weekendje overgekomen. Samen maakten we een toer langs monumenten waar ik al jaren niet was geweest. Zoals de Eiffeltoren waar de voertaal ook wel Nederlands leek. Klagen kunnen Nederlanders overigens overal, want zo meldde een man op de top: ‘het uitzicht is hetzelfde als op de 2e etage’.Maar ja, om zo iemand nou meteen een opticien te wijzen…

Op onze tocht door de stad stopten we ook bij begraafplaats Père Lachaise, waar Birgitta nog een persoonlijk held te bezoeken had. Dus slenterden we over de paden tussen de reusachtige monumenten van steen. Om ons heen namen waarvan we nog nooit gehoord hadden en grote bomen die de tombes in de schaduw zetten.


Het is wonderlijk hoe energiek je je voelt tussen het koude natuursteen dat de graven bedekt. Je komt altijd ‘levender’ van een begraafplaats af. Eigenlijk zou je een kerkhof dan ook vaker moeten bezoeken. Je zou er al een graf moeten oprichten voordat je daadwerkelijk gestorven bent. Gewoon om een bepaald deel van je leven af te sluiten, steen erop, klaar is kees.

Vervolgens zou je deze steen regelmatig kunnen bezoeken met vrienden of familie om herinneringen op te halen aan de tijd die je hebt afgesloten. Als je rijk leeft, zou je op het eind van je leven wel een aardig veldje met stenen kunnen vullen! Maar ja, omdat een graf op Pere Lachaise natuurlijk onbetaalbaar is, ligt het buiten mijn bereik om zo’n tussentijds graf op te richten.


Maar toen ik met Birgitta vervolgens langs een border liep en constateerde dat er hier nog makkelijk ruimte was voor een extra graf, sloeg ik mijn slag. Ik schoof de bladeren een beetje opzij en raapte twee takjes van de grond. In de vorm van een kruis heb ik de takjes op de vrijgekomen plek neergelegd. Ik zette rustig een stap naar achter en keek Birgitta aan. Er volgde een minuut stilte.


Daarna liepen we langzaam weer verder en lieten we de begraafplaats achter ons. Een uur later liepen we alweer tussen de Nederlanders in de Notre Dame, die deze keer liepen te klagen over de rij bij de ingang.

Ergens op de velden tussen Oscar Wilde, Jim Morisson en Edith Piaf heb ik mijn Nederlandse jeugd begraven. Volgende week ga ik er een bloemetje brengen....

vrijdag 24 april 2009

Onderweg

Nu ik mijn stage loop bij het Saint Antoine ziekenhuis, heb ik een directere metroverbinding dan naar de universiteit. Kort gezegd, ik reis voornamelijk met lijn 1 die Parijs kruist van oost naar west (en andersom). ’s Ochtends loop ik half slapend de metro binnen aan de westkant van Parijs en bijna een half uur later en stap ik in het oosten weer uit. Ondertussen heb ik dan de krant uitgeplozen.

Op het eind van de dag op mijn weg terug naar het westen, heb ik meestal geen zin om een krant te lezen. De avondeditie is nou eenmaal vrij inhoudsloos. Vandaar dat ik meestal om me heen zit te kijken naar mijn medereizigers. Het zijn altijd de dezelfde taferelen.

Een jongeman die zit te klooien met de oordopjes van zijn mp3-speler. Een vrouw die verdiept is in een boek maar de kaft heeft omgeslagen, zodat niemand kan zien wat ze leest. Een zakenman die verveeld met de laatste editie van ‘Le Monde’ loopt te wapperen en een tiener die te hard aan het bellen is met zijn mobiele telefoon. Het zijn de beelden waar je als metroreiziger niet aan ontkomt.




Al snel richt mijn blik zich dan ook op wat er buiten de metro gebeurt. Bij het binnenrijden van het volgende station schieten mijn ogen langs de hoofden. Opeens zie ik een knappe jongen staan, maar zoals gewoonlijk rijdt de metro daar net aan voorbij.

Als de metro vervolgens echt tot stilstand komt, stapt er een man van ongeveer vijftig jaar binnen. Hij draagt een spijkerbroek, met een donkerrood overhemd en een zwart jasje met op zijn schouders allemaal witte schilfertjes. En uiteraard besluit de man precies naast mij te gaan zitten. Het contrast met de jongen die ik zag staan, kon niet groter zijn.


Van dichtbij blijkt de man nog erger dan gedacht. Uit zijn oren komt een donkerbruine massa zetten, maar dat is niet het ergste. Het is vooral de geur die verschrikkelijk is. De combinatie van zweet, alcohol en iets ondefinieerbaar zoets zorgt ervoor dat ik de neiging heb de oordopjes van mijn mp3-speler in mijn neus te duwen.


Een vrouw kijkt me medelijdend aan en knikt me vriendelijk toe. De onuitgesproken steunverklaring beantwoord ik met een dankbare glimlach. Het is de medemenselijkheid die je door dit soort momenten heentrekt. De man heeft van dit alles niets door en peutert nog maar eens aan zijn oren.

Als ik in het westen van de stad weer uitstap en van de man verlost ben, gaat er een kriebel door mijn neus van opluchting. Ik zie de knappe jongen een paar deuren verder ook uitstappen. Ik loop achter hem aan richting de uitgang. De muzikant in de gangen van de metro geef ik een euro. Het is immers de medemenselijkheid die telt.

vrijdag 17 april 2009

Over Longen en Ontsteking

Ter afsluiting van mijn eerste masterjaar hier in Parijs, ben ik begonnen aan een drie maanden durende onderzoeksstage. Een jaar geleden schreef ik hier over mijn onderzoek naar vissen en hormonen, nu een jaar later ben ik bezig aan longen en ontsteking. U heeft recht op een korte uitleg...

Ik werk sinds begin deze maand op een afdeling van het Saint Antoine ziekenhuis in Parijs waar onderzoek wordt gedaan naar taaislijmziekte (ook wel bekend als Cystische Fibrose). Deze ernstige erfelijke aandoening geeft talloze problemen in het hele lichaam en daarom wordt iedere pasgeborene tijdens de hielprik op de ziekte gecontroleerd.



De levensverwachting van deze patienten is ongeveer 30 jaar en dat is een enorme verbetering ten opzichte van enkele decenia geleden, toen de meeste kinderen met deze ziekte de pubertijd niet haalden. Het belangrijkste probleem op dit moment is een constante ontsteking in de longen van deze patienten, waardoor het ademhalingsvermogen steeds verder achteruit gaat.

De patienten krijgen hormonen toegediend om deze ontsteking te verminderen. Er zijn in de praktijk de laatste tijd echter vraagtekens bij de effecten van deze behandeling. Volgens de theorie zou het moeten werken, maar in de praktijk lijken de effecten minimaal. Mijn onderzoek probeert te achterhalen waar dit aan zou kunnen liggen.

Ik probeer te kijken of het transportmolecuul van deze hormonen wel wordt aangemaakt in het lichaam bij deze patienten. Als dit namelijk niet gebeurd, zal de hormoonbehandeling nauwelijks effect hebben. De behandeling zou dan gestaakt kunnen worden en de patienten zouden dan veel ongewenste bijwerkingen worden bespaard.

Een interessant project dus! Al betekent het voor mij wel weer even wennen aan lange dagen (9.00-18.00). Maar de eerste testjes zijn veelbelovend. Komende week gaat het echt beginnen en over een maand hoop ik wat meer te kunnen zeggen over een mogelijk verband!
Maar nu eerst een lekker weekend!

vrijdag 3 april 2009

Mijn ontmoeting met Bill Clinton

Nu het voorjaar echt is begonnen en iedere dag het zonnetje schijnt, is het een mooi moment om er weer op uit te trekken. Bovendien had ik deze week mijn laatste tentamens van dit jaar (nu alleen nog een stage) en dus had ik daarna de tijd om van het lenteweer te gaan genieten.

Ik liep door het hartje van Parijs tussen de Madeleine en de Place de la Concorde, toen ik plotseling Bill Clinton voor een etalageruit naar binnen zag kijken. Nou ja, hij was ook moeilijk te missen want hij werd uiteraard geflankeerd door een horde beveiligingsmensen en 2 geblindeerde dure auto’s die langzaam met hem meereden.

Waar ik in dat plaatje voorkom? Nou ongeveer tussen de beveiligingsmannen en de dure auto’s. Om immers ook langs de beveiliging te komen, moet je tot een groep intimi behoren. En aangezien mijn politieke ervaring niet verder komt dan een gesprek met minister Guusje ter Horst of staatssecretaris Frans Timmermans, kunt u zich voorstellen dat Clinton net een stapje te hoog gegrepen is.



Het geeft je op zo’n moment wel te denken wat je moet doen? Je zou bijvoorbeeld net iets te hard kunnen zeggen: “I did not have sex with that woman” of hem kunnen vragen of hij de groeten zou willen doen aan Nelson Mandela. Dan heb je in ieder geval een opening voor een gesprek.

Maar goed, de Franse ‘politesse’ schrijft nou eenmaal voor dat je iemand netjes benaderd. En aangezien dat me een goed onderdeel leek van mijn Franse inburgeringcursus, hield ik dus maar bij een simpel ‘Bonsoir Monsieur’. Clinton reageerde op z’n Amerikaans onder het mom van ‘ik spreek geen Frans’ en deed net alsof hij niets gehoord had.

Het was hem nauwelijks kwalijk te nemen, want ik was natuurlijk niet de enige die hem zag. Ik bleek wel de enige te zijn die niet acuut zijn mobiel of fototoestel tevoorschijn trok om Bill Clinton te vereeuwigen. Ik kreeg bijna plaatsvervangende schaamte voor de mensen die alsmaar hun best deden om dat ene kiekje te schieten dat al die anderen al geschoten hadden. Bill zelf trok zich hier overigens allemaal niets van aan, hij zal het wel gewend zijn.

Ik ben er dus ook niet meer aan toegekomen om nog wat politieke gedachtes te wisselen met Bill. Hij had ook beter even een afspraak met me kunnen maken, dan had ik wat tijd voor hem vrijgemaakt. Nu liep ik al weer lang en breed in de Tuilerieën, terwijl hij waarschijnlijk nog de horde fotograverende toeristen aan het trotseren was.

Bij de ingang van de Tuilerieën werd ik aangesproken door een bedelende man voor wat kleingeld. Terwijl ik in mijn zakken graaide, vroeg ik hem of hij Bill Clinton nog gezien had. ‘Wie?’, vroeg hij me. ‘Bill Clinton!’ Onbegrijpend keek hij me aan en weer vroeg hij ‘Wie?’. En weet u, eigenlijk had hij ook wel gelijk. Ik gaf hem een euro en wenste hem nog een goede avond.

vrijdag 27 maart 2009

de Douchekop en het Afvoerputje

Ik haal mijn handen door mijn haar, terwijl de druppels over mijn rug naar beneden glijden. Mijn ogen zijn gesloten, het suizen van de stralen maakt mij doof en de damp verlamt mijn reuk. Het enige contact met de buitenwereld bestaat uit het water dat in een hoog tempo op mijn lichaam tikt. Iedere druppel zoekt zijn eigen weg naar het afvoerputje.

Mijn gedachten vervallen weer in de droom die door de wekker zo abrupt werd onderbroken. Bij de herinnering verschijnt er een lach op mijn gezicht en zucht ik diep. De Meeste Dromen zijn bedrog, zo schiet het opeens door mijn gedachten. Zal ik zingen? Uit respect voor mijn buren op dit vroege tijdstip, besluit ik het te laten.


Op de tast steek ik mijn hand in de spleet tussen de muur en het douchegordijn. Het is kouder dan ik verwachtte. Ik zoek naar de douchegel, maar vind de tube tandpasta, die ik per ongeluk van het schapje tik. Dat zie ik dadelijk wel weer. In tweede instantie heb ik wel de douchegel beet en snel trekt mijn hand zich terug binnen de warmte van de douche.

Als mijn handen met de douchegel over mijn lichaam glijden, wordt mijn neus geprikkeld door een prettige frisse geur, die in de waterdamp is getrokken. Het water begint ondertussen te stijgen in de douchebak, zodat mijn tenen volledig onder water verdwijnen. Bij iedere beweging voel ik de tegendruk.

Nu al het sop door de stralen van mijn huid is gespoten, begint het gevecht tegen de onvermijdelijke kou. Zodra ik besluit de kraan dicht te draaien, grijp ik naar de handdoek en veeg daarmee ook de tandenborstel van het schapje af. Het maakte me niet uit, zolang de badstof maar snel de begeerde warmte brengt.

Als ik al lang en breed aan het ontbijt zit, hoor ik de laatste druppels via het putje weglopen. Wat een flutafvoer is het toch. Dat wordt een volgende project, voorlopig ben ik al heel gelukkig met mijn nieuwe douchekop die ik aan de muur kan hangen. Ik werd er doodmoe van om het ding constant in mijn hand te houden.

Het douchen met deze nieuwe douchekop is iedere ochtend een ervaring van puur geluk. 'Wat is het leven toch mooi' denk ik, terwijl ik de tandpasta en de tandenborstel van de grond pak.


Bon week-end à tous!

vrijdag 20 maart 2009

Ieren gezocht!

In een week die in het teken stond van toetsen en stakingen, moet je je ontspanning weten te vinden. Een mens kan immers niet de hele dag met zijn neus in de boeken zitten en ik voel me persoonlijk niet bepaald geroepen om met de Fransen mee te gaan staken. Al schijn ik één van de weinigen te zijn want maar liefst 3 miljoen mensen hebben afgelopen donderdag meegedaan aan manifestaties tegen de regering.

Tussen de toetsen van de afgelopen week door, die overigens goed zijn gegaan. Bedankt dat u er even naar vraagt! Tussen die toetsen door dus, kan je best even ergens een drankje gaan doen. En dus trok ik met mijn ganggenoten afgelopen dinsdagavond de stad in ter ere van St. Patrick’s dag. U weet wel, Ierland’s nationale feestdag!



U vraagt zich natuurlijk af of zoiets gevierd wordt in Frankrijk. Tja, nou in principe niet natuurlijk, maar als je dan gewoon een Ierse pub opzoekt dan ben je over dat probleem heen! Geen echte Ier natuurlijk te bekennen in die kroeg, maar goed, de Fransen hebben altijd een goede band met de Ieren gehad. Fransen en Ieren hebben namelijk 1 ding gemeen, ze hebben een bloedhekel aan Engelsen!

Het was overigens een idee van een ganggenote van me die uit Guatemala komt. U moet namelijk weten dat ik op een nogal internationale gang woon. Naast mijn buurvrouw uit Guatamala zit ik namelijk op de gang met een Spaanse, een Tsjechische en een enkele verdwaalde Fransoos. Maar de Fransen waren er niet bij deze avond.

In de Ierse pub ontmoeten we nog wat oud gangbewoners uit Mexico, Spanje en Frankrijk. Omdat er dus geen Ier te bekennen viel, hadden we allemaal ons best gedaan om dat te compenseren door ons in het groen uit te dossen. Groen is immers de Ierse nationale kleur!

Bovendien werden we in de pub nog een beetje geholpen omdat de biersponsor (juist Guinness!) voor de gelegenheid wat accessoires had laten invliegen. En dus liep de hele kroeg met groene hoeden met klavertjes, kartonnen zonnebrillen met groene glazen en een gummi Guinness biertje in hun hand (al werd dat meestal snel vervangen door een echt biertje).

Op de achtergrond klonk de hele avond natuurlijk de Ierse folk muziek, maar de voertaal was uiteraard gewoon Frans. Toen in de loop van de avond de eerste barkruk gesneuveld was, werd het voor mij tijd om naar huis te gaan. Niet dat ik iets te maken had met het verlies van de barkruk, maar de volgende ochtend stond er op mij een examen nierfysiologie te wachten en dus kon het niet al te laat worden.

Ondertussen zijn dus de eerste toetsen achter de rug en komende week heb ik vrij om me voor te bereiden op mijn laatste tentamen. Bovendien moet er nog een dik verslag worden geschreven. Genoeg te doen dus om mijn lege dagen op te vullen. Maar eerst geniet ik dit weekend nog even van de lentezon. Ik hoop u ook!

Bon week-end à tous!

Mijn excuses voor de foto die uiteraard niet deze week gemaakt is, maar van het internet geplukt. Er was helaas niks anders.

vrijdag 13 maart 2009

Alles nieuw

Terwijl Nederland ‘ontsnapt’ aan terroristische aanslagen en jongeren die de gehele Bredase scholengemeenschap uitmoorden, gaat in Parijs het leven gewoon door. Het was zelfs nogal een hectische week hier in de Franse hoofdstad. Maar goed, laat ik bij het begin beginnen, dat leest voor u wat makkelijker!

Afgelopen weekend ben ik dan daadwerkelijk verhuisd naar een andere kamer. Officieel moet ik -geloof ik- zeggen naar twee kamers, want mijn nieuwe onderkomen staat geregistreerd als heus deux-pièces. Zoals u weet is deze nieuwe kamer maar liefst 10 meter verwijderd van mijn vorige hok, dus dat was erg praktisch met de verhuizing.

Vorige week vrijdag heb ik de hele avond lopen schrobben op mijn nieuwe kamer en de eerste dingen alvast overgeplaatst. Op zaterdagochtend heb ik de rest verhuisd en zo lag ik zaterdagavond te slapen in een nieuw bed op een nieuwe kamer. Gordijnen hangen er nog niet, dus voorlopig word ik iedere ochtend vroeg begroet door de stralen van de zon.


Door een toevalligheid waren afgelopen weekend ook mijn moeder en Thijs hier in de stad en dus heb ik afgelopen weekend ook nog door de stad gestruind om enkele mooie plekjes samen te bezoeken. Hierbij liepen we zelfs nog de heren van Moke tegen het lijf. De mannen kwamen nog even een bestellinkje afhalen bij Karl Lagerfeld, maar hadden tussendoor tijd voor een terrasje.

Op zondagavond gebeurde vervolgens iets wat mijn hele week op zijn kop heeft gezet. Het ergste wat je op computergebied kan overkomen, namelijk dat je harde schijf besluit ermee op te houden. Alle bestanden kwijt en een computer die niet meer werkt. Een ramp, met name omdat ik vrijdag twee verslagen moest inleveren die natuurlijk niet gebackupt waren.



Ik schrijf dit stukje dan ook vanaf een gloednieuwe computer. Helaas met Frans azerty-toetsenbord, maar verder een prima ding: 17 inch beeldscherm, goede geluidsvoorziening, ingebouwde webcam, office pakket, voeten massage functie, ingebouwd koffiezetapparaat en uiteraard zelfreinigende toetsenbordtoetsen. Nou ja, in ieder geval een beter ding dan ik gewend ben.

Maar daar had ik mijn verslagen nog niet mee terug natuurlijk. Dus werd iedere vrije minuut van de afgelopen week hierin gestopt, met als resultaat dat ik vandaag twee nieuwe versies kon inleveren. Het eerste verlies is daarmee hersteld, maar stiekem hoop ik toch dat er binnenkort nog wat bestanden van de oude pc gered kunnen worden.

Dat is echter voor later zorg, want volgende week staan er maar liefst 3 toetsen op mij te wachten. Bovendien moet ik over twee weken een verslag van 20 pagina’s inleveren en presenteren. Komende week zal dus niet minder druk worden dan de vorige.

Bon week-end à tous!

vrijdag 6 maart 2009

Champagne tussen de couture

Nadat ik vorige week een beetje heb gespijbeld van dit blog, ben ik deze week weer helemaal terug met een verhaal uit de modewereld. Nou wist u natuurlijk niet dat ik hierin thuis was, sterker nog, dat wist ik zelf ook niet, maar deze week liep ik toch daadwerkelijk rond op een internationale mode ‘showroom’ waar in principe alleen professionals komen. U snapt, ik voelde me meteen thuis.

60 verschillende modeontwerpers hadden hun eigen standje waarin ze probeerden hun ontwerpen te verkopen aan winkels, groothandels of andere bedrijven. En op één of andere manier gaat dat altijd een
stuk beter in een feestelijke omgeving. Dus liep ik afgelopen donderdag avond met een glas champagne in mijn hand in door de zalen.



U vraagt zich ondertussen nog steeds af, wat ik daar deed. Om eerlijk te zijn vroeg ik mezelf dat ook af, vooral omdat iedereen om mij heen natuurlijk uiterst modieus gekleed was. Ikzelf had natuurlijk gewoon mijn dagelijkse kleding aan, maar gelukkig was er Clément. En Clément moet ik even uitleggen. (Voor alle duidelijkheid het gaat hier om een andere Clément, dan de Clément die in een ander bericht figureerde)


Clément houdt van eten, houdt van drinken en houdt vooral niet van sport. Hierdoor is er een ophoping ontstaan van lichaamsvetten voornamelijk in de darmregio (inderdaad hij heeft een buikje). Iets waar mensen hem ook graag een beetje mee plagen. Clément is ook alles behalve modebewust, hij trekt ’s ochtends iets uit de kast wat lekker zit en waarvan je nog weleens afvraagt of het wel gewassen is.


Verder is Clément overigens een hele aardige vent die heel behulpzaam en vriendelijk is. Het leuke is nu, dat deze Clément de vriend is van Claudia. En Claudia, zo moet u weten, is de mode ontwerpster door wie ik was uitgenodigd op dit feestje. Het is een bijzondere combinatie dus, de modieuze Claudia en de - Clément.


Maar door dus naast Clément te gaan staan, viel het helemaal niet op dat ik niet zo modieus gekleed was. Steker nog, ik kwam er best goed vanaf! Ik ken Clément en Claudia overigens omdat ze mijn buren waren en samen met de andere buren van de gang was ik uitgenodigd op het feestje.


Het waren mijn eerste stappen in de modewereld, maar het was vooral leuk om Claudia en Clément weer eens te spreken. Claudia was overigens ook gelukkig, want ze had net die dag een Amerikaanse order binnengesleept. Daar moest op gedronken worden en dat gebeurde ook. Het was een drukke avond, tot het moment dat er geen champagne meer werd geschonken. U kent dat soort feestjes wel.


Dit bericht is overigens het laatste bericht wat ik schrijf vanuit mijn kleine kamertje. Ik heb vandaag de sleutel gekregen van mijn nieuwe kamer en vanaf volgende week schrijf ik mijn berichten vanuit een kamer met 2x zoveel ruimte. Of mijn berichten hier luchtiger van worden, dat blijft nog even afwachten.

Bon week-end à tous!

Dit bericht werd mede mogelijk gemaakt door de IB-groep, die zowaar na dik een half jaar heeft besloten om mijn beurs eens te gaan betalen. Er gaat niks boven Groningen…..